is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De voorschrevene belasting zal bedragen vier - en - twintig guldens van ieder okshoofd wijn, van zes - en - negentig stoopen of van ƒ 20:12: 5, van ieder dubbel hectoliter wijn, hetwelk op fust wordt binnen gebragt • ƒ 4o:io: o, voor 270 flesschen ter gewone grootte van 45 of meerder in het anker, of ƒ34:15:12 , liet dubbel hectoliter voor den wijn, welke gebotteld wordt ingevoerd, en/'3:i3: o, van ieder okshoofd of ƒ5: 7 o, van ieder dubbel hectoliter wijn welke binnenlands geteeld of gewonnen wordt.

Meerdere en mindere hoeveelheden naar advenant.

Art. 2.

Verschuldigdheid der belasting.

De belasting zal verschuldigd zijn , voor zoo veel den ingevoerd wordende wijn aangaat, dadelijk bij den invoer, en voor zoo veel den binnenlandschen wijn aangaat, dadelijk na dat de hoeveelheid gewonnen wijn geconstateerd zal wezen; onverminderd het geen omtrent den tijd en de wijze van betaling of afschrijving hierna bepaald wordt.

Betrekkelijk het bij de introductie dezer wet bereids ingevoerde of gewonnene en nog niet verimposttc dezer wijnen, zal moeten gehandeld worden , zoo als bij de publicatie omtrent de afschaffing der oude en de aanpeiling ter introductie der nieuwe middelen zal gestatueerd worden.

Vreemde wijnen. -

Art. 5.

Invoer.

De zeehandelaars, wijnkooper? en partikulieren , onder welke laatste ook de tappers, logementhouders, en alle welke gelagen zetten, begrepen worden, wijnen willende inslaan van buiten 'slands, mitsgaders de sch ppers, karrelieden en wagenaars, welke dezelve inbrengen, zullen, ten opzigte van den invoer, zich moeten gedragen naar de wet op den invoer van impost subjecte specien vastgesteld.

Art. i-