is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 18.

Hoedanig met de consenl-hiljallen te handelen

*

De consent-biljetten tot lossing zullen steeds aan boord of bij het vaar- of voertuig moeten blijven, ten einde da^rap, van wege het Rijk, gerechercheerd zoude [.urmen worden.

Op de consent-biljetten, tot lossing verleend, of wei op eene daaraan geannexeerde lijst, voor zoo verre liet cousertbijjet, ten gevolge der bepaling van art. 12 . geene toereikends ruimte mogte overlaten, zullen te;kens, naar mate de invoer zal plaats hebben, en de visitatie door 'sRijk* ambtenaren zal zijn geschied, de geloste kwantiteiten zorgvuldig worden i'ipgc» teekend, en door den zoodauigen van hun, welke hef toezigt over de lossing heelt, het biljet bi de aflevering der l.iatste partij worden ingetrokken en, ten zdfden dage, aan den ontvanger vaü dezen impost worden terug gebrast, bekrachtigd door de handteekening der ambtenaren, welke bij de lossing, roeijing, telling en proeving geadsisteerd hebben , mitsgaders die van den zeehandelaar, handelaar, partiku ier of belanghebbenden, dien zu'ks asngaat, of desze'.fs procuratie-houder , cc. eindelijk van den schipper of wagef;aar; bij absentie vaa den schipper of dtszelfis gemagtigde , zal de stuurman kunnen teekezien.

In gevalle dat, krachtens art. , tot eene latere roeijing," telling en proeving consent verleetid ware, za! niett'.min het toezigt bij de lossing hetzelfde zijn, en de biljetten, ten fine voorschreven, op nieuw uitgereikt worden , wanneer tot de roeij ng, tellingen proeving vau de opgeslagene bieren zal worden overgegaan.

Zoo wanneer de bieren eene andere bestemming hebben dan de gepermitteerde losplaats, zal het los-biijet, afgeteekend door den ontvanger, aan dien ter plaatse vau den opslag niet den post en op de wijze, nader bij de administratie te bepalen, moeten worden toegezonden, en wijders in beide de gevallen aan den scnipper of wagenaar, op den voet van de wet op den invoer van impost subjecte specien , het bewijs worden uitgereikt, dat clezetve aan zijne wrplrgting voldaan heeft, en alzoo vrijelijk wederom de uiterste wacht vermag ie passeren.

Art, 13,