is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

azijnbrouwers toegestaan, de bepaling van bet maximum voor den tijd der werkzaamheden in de roerkui>;en, de prohibitie van vermeerdering 01' bijvoeding van besiag, de ontruiming dei roerkuijien, en laatsteii k, de bepalingen . opens het clandestien fabriceren, het verkeerd gebruik van kuipen, da ontdekking van bes'ag of van azijnen , bostel of heet water op ongeoorloofde plaats n of tijden, bij de artikelen 5' tot 65 ingesloten, breeder omschreven, zullen even zeer van applicatie zijn op de azijnmakers als op de azijnbrouwers.

Art. 6ï.

JSader ral at voor de azijnmakers.

B 'ven het rabat, bij het voorgaande artikel ten faveure der azijnmakers ingeroepen, zal door deze klasse v.an trafijkanten al nog genoten worden eene korting vsn tien ten honderd op het bedrag van hunnen getedueeerden aanslag, tot goedmaking der in tering, die hunlieder meer langdurige fabrikagio komt te lijden.

Deze korting zal zich ook uitstrekken over de bieren,door hun, krachtens de vergunning des navolgenden artik-s, uit de brouwerijen voor hunne labrijken in te siasn, doch zullen zij feden bij de aflevering dezer bieren als zoodanig, zonder tot azijn gemaakt te zijn, niet alleen de korting durven, maar ook als fïaudateurs worden gestraft.

Art. 65.

Aangifte der azijnmakers en azijnbrouwers wegens de bieren , door hun , tot bereiding van azijnen , ingeslagen uit de brouwerijen.

\

Behalve de aangiften, hier boven gemeld, zullen de azijnmak *is en azijnbrouwers gehouden wezen, telken rei;e, dat zij voornemens ziin bieren in te s:aan uit de brouwerijen binnenliet Rijk, om daarvan hunne azijnen te fabriceren, van dezen inslag kennis !e geven, en zekei'heid te stellen bij den Ontvanger der Indirecte Belastingen , O'.der wien hunne azijnmakerij ressorterende is, en zulks op den voet van art. ij2 , hierna volgende,

Voor geene kleinere hoeveelheid zal zulks geoorloofd wezen dan Yan vijftig tonnen bier.

C 5 Ait. 66.