is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1816, 01-01-1816

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. i64.

Geene goederen zullen ten doorvoer of als transitoire worden geadmitteerd, dan die, welke op het eerste inkomen en aan de uiterste wacht als zoodanig zullen zijn aangegeven.

Art. i65.

Van de voorschreven aangifte zal op de generale verklaring, alsmede op de renversalen, paspoorten en loscodullen moeten blij ken.

Art. 166. ,

Generalijk zal omtrent alle transitoire goederen moeten worden in acht genomen, het geen hij de tegenwoordige wet omtrent de inklaring, aangifte, lossing, weder in- of oplading, ais anderzins, bij den in- en uitvoer in het algemeen is bepaald en vastgesteld.

Art. 167.

In het bijzonder zal ook opzigtelijk de doorgevoerd wordende goederen eene stipte visitatie moeten worden geobserveerd , en zullen dezelven, zoo gepermitteerde, als contrabande, bij of dadelijk na de lossing worden geplumbeerd, voor zoo verre die met effect kunnen worden geplumbeerd; terwijl de administratie geautoriseerd zal zijn, om omtrent de overige doelmatige precautien te nemen.

Art. 16S.

Geene waren, ten dadelijken doorvoer aangegeven, zullen van dit voorregt langer genot hebben, dan voor den tijd daartoe, naar gelang van zaken en omstandigheden, in redelijkheid benoodigd, en die op de paspoorten zal worden u'tgedrukt.

Art. 169.

Indien, binnen zes weken na expirat'e van het transitopaspoort , hetzelve ten kantore der uitgifte wordt terug gebrast, voorzien van de noodige afteekenirig, door twee ambtenaren in dorso van hetzelve te stellen , ten bewijze dat de Weder-uitvoer, binnen den tijd eu lan^s het kantoor of uiterste