is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1817, 01-01-1817

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

120. Personen met tijdelijke ongemakken bezocht, van een' zoodanigen aard, dat zij voor den dienst van het loopend jaar niet bruikbaar zijn, doch die geoordeeld worden met der tijd te kunnen genezen, zullen, alleen vooréén jaar, worden vrijgesteld enbij de volgende ligting op nieuw worden geëxamineerd; alsdan hersteld en tot den dienst bekwaam geoordeeld wordende, zullen zij in mindering van de ligting van dat jaar verstrekken. Momentanele ongesteldheden of ziekten brengen geene provisionele vrijstelling te weeg- de bepaling bij art. g'i bb is op dezelve toepasselijk.

121. Al de ingeschreven, niet definitief vrijgesteld® personen, gelijk mede de genen welke als gehuwd zijn ingeschreven, blijven, zoo lang zij het Arie-en-twintigste jaar niet hebben volbragt, telken jare aan het onderzoek, en de voorschrevene bepaling onderworpen.

122. Niemand zal, uit hoofde van ziekte of gebreken, het zij linaal of voor één jaar, op het laten produceren van eenige attesten, van den dienst worden vrijgesteld, maar verpligt zijn zich te laten onderzoeken door den geneesheer en heelmeester, die den raad assisteren.

120. De genees- en heelmeester zullen, omtrent de Sebret;en van eiken, aan hun onderzoek onderworpen persoon, bepaaldelijk aan den militieraad te kennen geven, of, naar hun oerdeel en naar aanleiding van ©ene door Ons te gevene instructie, de aanwezige of opgegevene gebreken finaal tot den dienst ongeschikt

D 4 ma-

\