is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1818, 01-01-1818

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet liooger dan drie honderd guldens, te zamen of afzonderlijk.

Pligten der visschers gedurende hunne uiten tehuis-reis,

20. Alle stuurlieden en haringschepen, zullen verpligt zijn hunnen gevangen haring binnen dit Koningrijk intebrengen, op straffe van ééne maand gevangenis en eene boete van vijftig guldens.

21. Alle haringvisschers, wanneer zij de haven of plaats alwaar zij zijn uitgerust, verlaten hebben, zullen verpligt zijn, tijd en wind dienende, zich direct naar hunne visscherij te begeven, hetwelk zij ook bij hunne ttrugkomst zullen moeten in acht nemen.

22. Buiten dringende noodzakelijkheid zullen zij, noch uitgaande noch terugkomende , in vreemde landen mogen binnen loopen, ook niet in eene andere provincie , builen die ahvaar de uitrusting heeft plaats gehad.

2:5. liet is aan alle visschers verboden op de straf Van ééne maand gevangenis en de boete van honderd guldens, den gevangen haring in zee te verkoopen, te verruilen of te verschenken.

si. Het is op dezelfde straffe en hoete aan de visschers verboden in zee of in vreemde Linden, haring te koopen om die in het Koningrijk der Nederlanden in te brengen.

A 4 s5. Een