is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaats gel;ad , mitsgaders van het vaatwerk, kisten, balen , manden en zakken tot derzelver vervoer gebruikt, behoudens nogtans de toepassing der bepalingen van liet lijfstraffelijk Wetboek, ingeval dé fraude, poging tot fraude , of overtreding, met geweld, of eenige andere misdaad mogt gepaard zijn gegaan.

De Wet verstaat door poging tot fraude , dusdanige , welke een dadelijk beginsel van uitvoering gehad heeft , en welke niet anders belet is geworden , dan door omstandigheden , onafhankelijk vau den wil des bekeurden.

Art. 9.

De boeten , bij de reglementen , op de plaatselijke belastingen vasttestellen , zullen liet hierna te bepalen bedrag niet te boven mogen gaan.

Ingevalle de fraude , poging tot fraude , of overtreding mogt zijn begaan door zeehandelaren , handelaren , fabrijkanten of trafijkanten in of van goederen, aan de belastingen onderhevig, zal de boete mogen opklimmen tot het zesdubbele van den impost der waren, waar omtrent de fraude , poging tot fraude , of overtreding, heeft plaats gehad , of wel tot de somma van vijf honderd guldens.

Bijaldien de fraude, poging tot fraude, of overtreding door andere personen is begaan, zal de boete inliet dubbel van den impost, of in eene somma van honderd guldens kuunen bestaan.

Alle knechten , werklieden , voerlieden en verdere tot het verwerken of vervoeren van goederen gebruikte personen, welke als mcdepligtigen der duikers bevonden