is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. i5g.

Op den uitvoer te Lande zijn insgelijks toepasselijk de bepalingen op den uitvoer ter Zee gemaakt, doch met de drie volgende uitzondering^ :

a. Dat in die gevallen , in welke het plomberen of bevya-

ken tot aan de definitieve inlading inliet zeeschip kan wor-

■ . den achterwege gelaten, nach plombering , ijocli bewaking

zal worden gevorderd, (voor zoo ver die gene, welke de goederen uitvoert, verklaart te verlangen, dat de groiir dige visitatie pp het kantoor aan de grens-liuie plaats hebbe ; zullende echter de expeditie der documenten in allen gevalle op het kantoor der binnen - linie , langs hetwelk da goederen passeren , moeten geschieden ;

b. Dat de goederpn, van het kanjfto/ ,op de buiten-linie 7 onmiddellijk 11a de intrekking der documejiteu, tot aan d^ uiterste grenzen zullen worden begeleid, voor zoo ver zij bet Rijk worden doorgevoerd, of tot die ^pecien behooren^ wegens welke crediet van den, impost wordt gegeven, en

c. Dat ook andere goederen tot op de uiterste grenzen zullen worden begeleid , ten ware die gene, welke dezelve uitvoert, verkiezen mogt, bij de intrekking der documenten, een of meer renversalen te nemen, welke alsdan naauwkeurig met den inhoud der documenten zu^ep moeten oyer. eenkomen.

Art. 160.

Die genen, welke hot grenskantoor passeren, zonder hunne documenten te hebben vertoond, om ingetrokken te wor. den, zullen eene boete verbeuren. Y£n J ioo-.

5