is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de herhaling der overtreding zal de schuldig bevonden zeehandelaar of handelaar voor altijd het crediet verbeuren, hetwelk hem bij de Administratie mogt zijn geopend-

De bovengenoemde boete zal mede worden verbeurd door alle schippers, voerlieden en particulieren, welke zich schuldig maken aan het ter sluik invoeren dezer goederen of het circuleren met dezelve op lieL onvrije territoir, ten ware zij zulks niet voor eigen rekening mogten hebben gedaan, en de boete door den principalen overtreder mogt zijn betaald of wegens dezelve getransigeerd.

De schippers worden met de zeehandelaars en koopliedei» gelijk gesteld ten aanzien van alle overtredingen tegen de wet op het last- of tonnengeld.

Art. oii.

Bijaldien de overtredingen der tweedeklasse zouden mogen gepleegd zijn door trafikanten of fabrikanten , bet zij dezelve als zoodanig bij de Administratie bekend zijn , of wel dat zij heimelijk eene fabriek of trafiek uitoefenen, zal de schuldige almede vervallen Lu eene boete gelijk staande met het zes dubbeld bedrag van den gefraudeerden impost, doch nimmer minder beloopende dan f 5oo- ; bovendien zal zijne fabriek of trafiek voor zes weken worden gesloten.

Art. 512.

Wanneer de overtredingen der tweede klasse bedreven zijn door particuliere personen , niet vallende in de termen der twee voorgaande artikelen, zal de boete bedragen het