is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1819, 01-01-1819

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zullen willen stellen 5 ctn de geheele kwantiteit van hunne uït,ijegraveiie kolen te constateren, door prealabel en succéssief in te leveren declaratoiren omtrent die hoeveelheid , ten einde dezelve vervolgens met hunne eigen registers en schrifturen, mitsgaders door inspectie van de ambtenaren, te verifiëren, zal worden vergund het hóuden van eene doorlóopende rekening met de Administratie, wegens den impost van hunne geheele exploitatie.

-tl. He. cifect \an deze rekening zal zijn, dat dusdanige exploiteurs van al de formaliteiten en bepalingen, ten aanzien van de in- of oplading van kolen voorgeschreven; even als de vervoerders van de kolen uit hunne groeven of bergplaatsen van al de vooischriften9 ten aanzien van den vervoer en verim* posting gemaakt, zullen zijn ontslagen, en dat daar tegen de exploitanten zulkn worden belast met den impost , wegens hunne geheele exploitatie, voor de voldoening van welken hun zal worden vergund een crediet van zes maanden, na de maand, in de welke de uitgraving heeft plaats gehad, mits daarvoor stc.lei.de cautie op den voet bij de wet, bepaald ; terwijl, daarenboven, nan hen zal worden toegestaan eene korting van acht ten honderd, op den te betalen impost, ter vervanging van het deel in de onkosten van ontvangst en toezigt, het geen daardoor aan den lande zoude kunnen worden bespaard.

24. Wegens den uitvoer van binnenlandsche steenkolen, zal geen restitutie worden gegeven, maar Wij behouden Ons voor, premien op den uitvoer te verkenen, des noods, tot het bedrag' der geheele belasting, langs zulke punten waar het belang der exploitatie deze aanmoediging vordert.

25. De binnenlandsche steenkolen, welke van de eene plaats

ran