is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1820, 01-01-1820

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de regelmatige invoering van het stelsel van maten en gewigten; op de plaatselijke policie; op de behoorlijke zetting van het brood; op de prijzen der levensmiddelen in het algemeen; op het onderhoud van de reinheid der straten en publieke plaatsen; op het beheer der bedelaarsgestichten en gevangenissen, en op het ngtig houden der registers vaji den burgerlijken stand.

( ->

Art. 26.

Zij zorgen, zoo veel mogelijk, dat binnen hunne provincie geene overtreding der grondwet of van andere wetten plaats hebbe. Indien zoodanige overtreding ter hunner kennisse mogt komen, geven zij daarvan, na overweging met de Gedeputeerde Staten, wanneer zij zulks noodig of nuttig mogten oordeelen, kennis aan het hoofd van zoodanig vak van algemeens administratie, als waartoe de zaak behoort; zij zijn daartoe ook gehouden, wanneer zij bevinden mogten dat in eenige andere provincie dergelijke overtreding plaats had, of wel bepalingen gemaakt werden, strijdig met de algemeene belangen van den lande of Waaruit, bijzondere bezwaren, voor hunne provincie, mogten kunnen voortvloeijen.

Art. 27.

Wanneer de Gouverneurs vermeenen mogten dat

B 3