is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

makerijen en stijfselmakerijen en de daarbij behoórende gebouwen, zijn aan de visitatie en peiling der beambten onderworpen.

De gebruikers zullen verpligt zijn aan den ontvanger over de gemeente waarin de gemelde panden gelegen zijn, opgave te doen van de ligging dezer gebouwen , op eene boete van twintig guldens voor elk niet aangegeven gebouw.

28. De grutters zullen geen ander graan tot meel mogen maken dan boekweit, haver, garst en boonen; zij zullen geen tarwe, spelt of rogge of het daarvan gemalen meel boven de twintig ponden in hunne grutterijen of gebouwen mogen hebben; eeri en ander op eene boete van twee honderd guldens.

29. De branders, brouwers, azijnmakers en stijfselmakers zullen het bij hen gevonden wordende meel moeten kunnen justificeren door behoorlijke biljetten, «p eene boete van vijf-en-twintig guldens per mud.

Zij zullen van het niet aan den accijns onderworpen tarwe-, spelt- of rogge-meel, geen ander gebruik mogen maken dan voor hunne fabrieken, op verbeurte vau twee honderd guldeos.

5o. De moutmolenaars zijn aan dezelfde verplig~ tingen en penalilciten als de korenmolenaars onder-

B