is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ingebragt, of daartoe gebruikt mogen worden, zon-» [ der voorzien te zijn van een consent - of vervoerbiljet, door den ontvanger afgegeven.

De brander zal verpligt zijn , in zijne aanvrage voor bet bovengemelde consent-biljet de hoeveelheid meel, voor welke hetzelve wórdt aangevraagd, in Nederlandsche ponden te herleiden.

Behoudens de justificatie van het bij hun bevondene meel door consent-biljetten, ingevolge de wet op het gemaal, zullen de branders der 4 eerste klassen gehouden zijn het gebruik van hetzelve te bewijzen in dezer voege :

a. Door de hoeveelheid meel die zij voor de fabrikaadje van brandewijn zullen hebben gebruikt, overeenkomstig derzelver aangifte voor het beslaan , en wel gedurende de maanden October, November, December, Januari, Februari en Maart, tegen i4 ponden 1 once 46 wigtjes meel per vat beslags , en gedurende de maanden April, Mei en tot i5 Juni, tegen i3 ponden 6 oneen 71 wigtjes meel per vat, en eindelijk van 15 Juni en gedurende de maanden Juli, Augustus en September, tegen 11 ponden 6 oneen 3i wigtjes meel per vat beslags, voor de fabrikaadje vau brandewijn zullen hebben gebruikt.

I. Door die, welke in de branderij , de fabrijk of de bergplaats nog voorhanden blijft.