is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

teleerderij ei azijnmakerrj , spijker-, papiér-, wollen-, stoffen-» of andere groote fabrijk, nochle eenige molen mögen worden opgerigt, zonder Onze uitdrukkelijke toestemming.

181. Overal waar geene magazijnen of nederlagen zijn mogen, zijn de ambtenaren bevoegd onderzoek te doen in alle huizen en panden, waar zij het aanwezen van verbodene magazijnen of nederlagen vermoeden.

Dit onderzoek kan niet geschieden dau na zonnc opgang eii vóór zonne ondergang, en met adsistentie van een lid van het gemeentebestuur of publiek persoon , door den voorzitler van hetzelve te committeren, ten pericule der ambtenaren en op hunne schriftelijke aanvrage.

Voor zoo verre de mindere bedienden der administratie niet van een' hunner superieuren, ten minste gelijken rang hebbende als de ontvangers, vei-gezeld zijn, zullen de visitatien niet mogen plaats hebben, dan op schriftelijke autorisatie van den naastbij zijnden ontvanger of van eeuen anderen superieuren ambtenaar , welke zal zorgen dat dezelve niet noodeloos worden vermenigvuldigd o£ de ingezetenen aan vexatie blootgesteld; zijnde de ambtenaren bijzonder verantwoordelijk voor de schaden en nadeeleu, welke zij bij zoodanige gelegenheid den ingezetenen mogten hebben toegebragt.

In de gevallen van zeer bijzondere vermoedens, dat ueze of gene woningeti of panden zijn dienstbaar

G a.

-v