is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1822, 01-01-1822

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en den cöntribuabclen over de genoegzaamheid der-" zelve , of in het geval van personelen borgtogt, over den aard der justificatie, verschil mogt ontstaan, zal de zaak ter beslissing van de administratie worden gebragt, en de Ontvanger, bijaldien deze beslissing ten voordeele van deu borgschuldigen mogt uitvallen , voor alle verdere verantwoording gedekt zijn, voor zoo ver hij voor het overige gezorgd hebbe, dat de vervolgingen tegen de contribuabelen en deszelfs borgen naar behooren zijn aangevangen en voortgezet.

2ui. Indien een, onder borgtogt afgegeven, do— kument of het extract daarvan in het geval van art. 4g , niet binnen zes weken na den tijd , daarin tot gebruik van hetzelve bepaald, ten kantore der uitgifte is terug gekomen, voorzien van de vereischte afteekeningen, dat aan den inhoud is voldaan, zal de ontvanger tot de invordering van het bedrag der regten en accijnsen overgaan.

Dit tijdverloop van zes weken zal in geene aanmerking genomen en de invordering zal vroeger gedaan worden, indien voor de onderhavige gevallen , bij de bijzondere wetten, een korter tijdverloop Wordt bepaald.

2u2. Partikuliere credieten, ongeautoriseerd aan belastingschuldigen verleend , of betalingen buiten de kantoren of aan ongekwalificeerde ambtenaren ge-