is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1823, 01-01-1823

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworpen conflict in een voor het Iioog Gercgtshof te 's Gravenhage aanhangig regtsgeding, lusschcn t rans van der Straten , aannemer van publieke werken te Schoonhoven , appellant, en Fennigje van der lias, weduwe sllewijn Duijbus, geïntimeerde ; zijnde bij vonnis van de regtbank van eersten aanleg te Gorinchem, van den 23sten November 1822, F. van dér Straten voornoemd, veroordeeld tot de voldoening van kosten, schaden cn interessen, ter vergoeding van het nadeel door hem aan de geïntimeerde toegebragt, terzake dat door hem, als aannemer van het in 1820 door Dijkgraaf en Heemraden van den AIblasserwaard aanbestede dijkwerk aan de rivier de Lnh onder Ameiden, zoude zijn gedaan wederregtehjke' verhakkingen van griend en ontgraving van aardspecicn, mitsgaders vervoering van dezelve uit het griendland der geintimeerde; welk vonnis in het bijzonder hierop gegrond is, dat, volgens art. 9 van het reglement voor den Alblasser waard, van den j;<len September 1661 , Dijkgraaf eh Heemraden de aarde, zoo noodig, vermogen te halen ter naaste lage cn minste schade, doch dat het, bij eene gedane opmeting, zoude zijn gebleken, dat het Waardje, genaamd de Bol, gelegen in de rivier de Lel, merkelijk nader zoude liggen bij het aanbesteed eind dyks dan de door het dijksbestuur aangewezen griend van de geintimeerde; alsmede dat uit een insgelijks plaats gehad hebbend onderzoek zoude zijn bewezen, dat op het westelijk gedeelte van