Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Titel A. Gewone dienst . . . f I5.7Ï4.8I6 ' Titel B. Buitengewone dienst . Nihil

Geheele dienst . f i5.7J4.8i6

S. H 95

21 Maart 1947. WET tot vaststelling van het Zevende Hoofdstuk B der Rijksbegrooting voor het dienstjaar 1947. (Departement van Financiën).

Bijl. Hand. II 46/47, 300.

Hand. II 46/47, bladz. 476—493, 536—551.

Bijl. Hand. I 46I47, 300.

Hand. I 46/47, bladz. 527—529.

Titel A. Gewone dienst. . . f111,354,158 Titel B. Buitengewone dienst f 774.743.545

Geheele dienst f 886,097,703

S. H 96

21 Maart 1947. WET tot vaststelling van het Negende Hoofdstuk B der Rijksbegrooting voor het dienstjaar 1947. (Departement van Verkeer en Waterstaat).

Bijl. Hand. II 46/47, 300.

Hand. II 46/47, bladz. 815—821, 824—845, 849—855.

Bijl. Hand. I 46I47, 300.

Hand. I 46/47, bladz. 502—517, 519—527.

Titel A. Gewone dienst. . . f 43,200,208 Titel B. Buitengewone dienst f 95,561,950

Geheele dienst f 138,762,158

S. H 97

21 Maart 1947. BESLUIT tot wijziging van het Koninklijk besluit van 26 Januari 1923, Staatsblad No. 24, tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 74, tweede lid, der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922.

Wij WILHELMINA, enz.;

Op de voordracht van Onzen Minister van Sociale Zaken van 6 Februari 1947, No. 714b, Afdeeling Sociale Verzekering;

Gelet op artikel 74, tweede lid, der Landen Tuinbouwongevallenwet 1922;

Den Raad van State gehoord (advies van 4 Maart 1947, No. 24);

Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 14 Maart 1947, No. 1223, Afdeeling Sociale Verzekering;

Hebben goedgevonden en verstaan: te bepalen als volgt;

Art. I. Artikel 10 van Ons besluit van 26 Januari 1923, Staatsblad No. 24, tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 74, tweede lid, der Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922, wordt gelezen als volgt:

„Het bestuur der Rijksverzekeringsbank geeft zoo spoedig mogelijk aan het bestuur van de gemeente van inwoning kennis van de namen van en het nummer, waaronder in de administratie der Bank bekend zijn: personen, aan wie anders dan voorloopig een rente ingevolge de Land- en Tuinbouwongevallenwet 1922 is toegekend en personen, van wier in leven zijn het recht op of het bedrag van een rente ingevolge die wet afhankelijk is.

Het betrokken gemeentebestuur teekent het bedoelde nummer op de persoonskaart van den desbetreffenden persoon aan.

De gemeentebesturen doen aan het bestuur der Rijksverzekerings bank onmiddellijk mededeeling van verhuizing binnen de gemeente, van vertrek naar een andere gemeente, van huwelijk en van overlijden van de in het eerste lid bedoelde personen.".

Art. II. Dit besluit treedt in werking met ingang van den tweeden dag na dien der dagteekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan •afschrift zal worden gezonden aan den Raad van State.

Soestdijk, den 2isten Maart 1947WILIJELMINA. De Min. van Sociale Zakdn, W. Drëes.

(Uitgeg. 15 April 1947-)

S. H 98

21 Maart 1947. BESLUIT tot wijziging van het Koninklijk besluit van 26 April 1920, Staatsblad No. 215. tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur betreffende inlichtingen in verband met de toepassing van de artikelen 369 en 370 der Invaliditeitswet.

Wij WILHELMINA, enz.;

Op de voordracht van Onzen Minister van Sociale Zaken van 6 Februari 1947, No. 714c, Afdeeling Sociale Verzekering;

Gelet op artikel 409 der Invaliditeitswet;

Den Raad van State gehoord (advies van 4 Maart 1947, No. 24);

Gezien het nader rapport van Onzen voornoemden Minister van 14 Maart 1947. No. 1223, Afdeeling Sociale Verzekering;

Hebben goedgevonden en verstaan:

te bepalen als volgt:

Art. I. Het tweede lid van artikel 3 van Ons besluit van 26 April 1920, Staatsblad No. 215, tot vaststelling van een algemeenen maatregel van bestuur betreffende inlichtingen in verband met de toepassing van de artikelen 369 en 370 der Invaliditeitswet, vervalt.

Art. II. Dit besluit treedt in werking met ingang van den tweeden dag na dien der dagteekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het

Sluiten