Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of niet meer toebehooren, kan gelijke verbeurdverklaring worden uitgesproken, voor zoover dit met eerbiediging van de rechten van derden te goeder trouw mogelijk is."

7. Artikel ii, eerste lid, onder 50., vervalt.

Aan dit artikel wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

,,3. Naast of in plaats van andere straffen kan de rechter geldboete opleggen. Het maximum der op te leggen geldboete bedraagt honderd duizend gulden. Indien de rechter beslist, dat de schuldige zich met misbruik van de bijzondere omstandigheden heeft verrijkt, kan dit bedrag worden verhoogd tot het drievoud van het door den rechter geschatte bedrag der verrijking."

8. Aan artikel 15 wordt een vierde lid toegevoegd, luidende:

„4. Hij, aan wien bij uitspraak van een Tribunaal, waarop het fiat executie is verleend, een bijzondere maatregel, als bedoeld in artikel 1 van het Tribunaalbesluit, is opgelegd, kan ter zake van een misdrijf, waarop de bepalingen van dit besluit van toepassing zijn, behoudens het bepaalde in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering, niet worden vervolgd dan met machtiging van Onzen Minister van Justitie."

9. Na artikel 15 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

„Art. 15a. Het bepaalde in artikel 75 van het Wetboek van Strafrecht blijft buiten toepassing ten aanzien van de uitvoering van de straf van geldboete en verbeurdverklaring."

10. In het vierde lid van artikel 26 worden tusschen de woorden „den dood" en „tengevolge heeft gehad." ingevoegd de woorden: „of de vergissing waaruit redelijkerwijze de dood is af te leiden."

Art. II. In het Besluit op de Bijzondere Gerechtshoven worden de volgende wijzi gingen gebracht.

1. In artikel 5, eerste lid, onder 40., worden tusschen de woorden „bij gebreke ook van een advocaat-fiscaal," en „door een door den president aan te wijzen rechtsgeleerden raadsheer" ingevoegd de woorden: „door een waarnemend advocaat-fiscaal of".

2. In artikel 5, eerste lid, onder 50., worden tusschen de woorden „bij gebreke vaij een substituut-griffier," en „door een beëedigden klerk ter griffie," ingevoegd de woorden: „door een waarnemend griffier of".

3. Artikel 5, tweede lid, wordt gelezen als volgt:

„Als waarnemend proccureur-fiscaal kan door Ons worden aangewezen een procureurof advocaat-fiscaal bij een ander Bijzonder Gerechtshof, als waarnemend advocaat-fiscaal een substituut-officier van justitie of een officier-fiscaal, mits deze den graad of hoedanigheid heeft verkregen als bedoeld in artikel 4, tweede lid."

4. Aan artikel 5, derde lid, wordt een eerste zin toegevoegd, luidende:

„Als waarnemend griffier kan door Ons een substituut- of waarnemend griffier bij een arrondissements-rechtbank worden aangewezen."

5. Artikel 10 wordt gelezen als volgt:

„De Bijzondere Gerechtshoven vonnissen

L. 8s S. 1947

met twee rechtsgeleerde leden en één militair lid."

6. Aan artikel 15 worden toegevoegd een tweede en derde lid:

„2. Wij behouden Ons voor bij den Bijzonderen Raad van Cassatie een of meer bijzondere kamers in te stellen, bestaande uit drie leden, waaronder één militair lid.

3. De rechtsmacht der bijzondere kamers wordt geregeld bij het Besluit Buitengewone Rechtspleging."

7. Artikel 16, eerste lid, wordt gelezen als volgt:

„1. De Bijzondere Raad van Cassatie vernietigt de sententiën der Bijzondere Gerechtshoven op de gronden, genoemd in artikel 99, eerste lid, der Wet op de Rechterlijke Organisatie en het Beleid der Justitie, met dien verstande, dat:

i°. met verkeerde toepassing der wet ten deze wordt gelijkgesteld de oplegging van een straf of maatregel, welke niet geacht kan worden te beantwoorden aan den ernst van het misdrijf, de omstandigheden, waaronder het is begaan, of den persoon of de persoonlijke omstandigheden van den veroordeelde ;

2°. verzuim der vormen, op straffe van nietigheid voorgeschreven, geen grond tot vernietiging behoeft te geven, indien redelijkerwijze moet worden aangenomen, dat de verdachte door het verzuim in zijn belangen niet is geschaad."

8. Aan artikel 16, tweede lid, wordt een zinsnede toegevoegd, luidende:

", met dien verstande, dat de Bijzondere Raad van Cassatie, indien een sententie wordt vernietigd ter zake van verzuim in de vormen, die op straffe van nietigheid zijn voorgeschreven, de zaak ook kan verwijzen aan het Bijzondere Gerechtshof, dat de sententie gewezen heeft."

Art. III. In het Besluit Buitengewone Rechtspleging worden de volgende wijzigingen gebracht.

1. Aan artikel 3 wordt een eerste lid toegevoegd, luidende:

„1. Voor de toepassing van artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering wordt onder het rechtsgebied, binnen hetwelk de verdachte zich bevindt, mede verstaan het rechtsgebied, binnen hetwelk hij zich onvrijwillig bevindt."

Het tot dusverre eenig lid wordt tweede lid.

2. Aan artikel 5 wordt een derde lid toegevoegd, luidende:

„3- Het beklag wordt niet in behandeling genomen vóór een nader door Ons te bepalen datum, tenzij het Bijzondere Gerechtshof van oordeel is, dat er dringende redenen zijn om het beklag aanstonds in behandeling te nemen."

3. In artikel 7 wordt in plaats van „drie rechtsgeleerde en twee militaire leden, met dien verstande, dat van de militaire leden zooveel mogelijk één tot de zeemacht en één tot de landmacht zal behooren;" gelezen: „twee rechtsgeleerde leden en één militair lid;".

4. Na artikel 31 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

„Art. 31 a. In afwijking van het bepaalde

17

Sluiten