Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lasten en bevelen, enz.;

Gegeven ten Paleize Soestdijk 27 November 1947.

JULIANA.

De Min. v. Ec. Zaken a.i., S. L. Mansholt. De Min. v. Justitie, J. H. van Maarseveen. De Minister van Overzeese Gebiedsdelen, J. A. Jonkman.

(Uitgeg. 5 Dec. 1947).

S. H 398

27 November 1947. WET tot hernieuwde inwerkingtreding van enige artikelen van de Distributiewet 1939-

Bijl. Hand. II 47I48, 602;

Hand. II 47I48, bladz. 195;

Bijl. Hand. I 47I48, 602;

Hand. I 47I48, bladz. 24.

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina, enz.;

Wij JULIANA, Prinses der Nederlanden, Regentes van het Koninkrijk,

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat Ons besluit van 20 Augustus 1947 (Staatsblad No. H 309) ingevolge het bepaalde bij artikel 24. vierde lid, van de Distributiewet 1939 bekrachtiging bij de wet behoeft;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State enz.;

Art. 1. Het Koninklijk besluit van 20 Augustus 1947 (Staatsblad No. H 3°9)» re~ gelende de hernieuwde inwerkingtreding van de in artikel 24, tweede lid, van de Distributiewet 1939 bedoelde artikelen dier wet, wordt bekrachtigd.

2. De in het vorige artikel bedoelde artikelen van de Distributiewet 1939 zullen in werking zijn uiterlijk tot en met 26 September 1948.

Lasten en bevelen, enz.;

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 27 November 1947. .

JULIANA.

De Min. v. Ec. Zaken a.i., S. L. Mansholt. De Min. v. L., V. en V., S. L. Mansholt.

(Uitgeg. 5 Dec. 1947.)

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat Ons besluit van 20 Augustus 1947 (Staatsblad No. H 310) ingevolge het bepaalde bij artikel 21, derde lid, van de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939 bekrachtiging bij de wet behoeft;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State enz.;

Art. X. Het Koninklijk besluit van 20 Augustus 1947 (Staatsblad No. H 310), regelende de hernieuwde inwerkingtreding van de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939, wordt bekrachtigd.

2. De in het vorige artikel genoemde wet zal in werking zijn uiterlijk tot en met 26 September 1948.

Lasten en bevelen, enz.;

Gegeven ten Paleize het Loo 27 November 1947.

JULIANA.

De Min. v. Ec. Zaken a.i., S. L. Mansholt. De Min. v. L., V. en V., S. L. Mansholt.

(Uitgeg. 5 Dec. 1947-)

S. H 399

27 November 1947. WET tot hernieuwde inwerkingtreding van de Prijsopdrijvings- en hamsterwet 1939-

Bijl. Hand. II 47I48, 602;

Hand. II 47I48, bladz. 195;

Bijl. Hand. I 47I48, 602;

Hand. I 47I48, bladz. 24.

In nham van Hare Majesteit Wilhelmina, enz.;

Wij JULIANA, Prinses der Nederlanden, Regentes van het Koninkrijk,

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

S. H 400

27 November 1947- WET houdende vaststelling van de Herverkavelingswet «Walcheren

Bij!. Hand. II 46/47, 468;

Bijl. Hand. II 47/48. 468;

Hand. II 47/48, bladz. 137—138;

Bijl. Hand. I 47/48, 468;

Hand. I 47/48, bladz. 25—35-

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina enz.:

Wij JULIANA, Prinses der Nederlanden, Regentes van het Koninkrijk,

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, .saluut! doen te weten;

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelen te stellen met betrekking tot de agrarische wederopbouw en de noodzakelijk gebleken herverkaveling van Walcheren;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State, enz.;

TITEL I.

Algemene bepalingen.

Art. 1. Deze wet verstaat onder:

1°. „De Minister": De met de zaken van de Landbouw belaste Minister;

2°. „blok": geheel van in de herverkaveling van Walcheren begrepen onroerende goederen;

3°. „eigenaar": hem, die een recht van eigendom, opstal, erfpacht, vruchtgebruik, gebruik of bewoning heeft op het tot het blok behorende onroerende goederen;

4°. „rechthebbende": eigenaar, en hem, die een niet onder 3°. genoemd zakelijk recht of een recht van huur of pacht heeft op tot het blok behorendende onroerende goederen;

5°. „herverkavelingscommissie": de met de leiding en uitvoering der herverkaveling van Walcheren belaste commissie;

6°. „Raad van Beroep": de raad, welke in beroep oordeelt over de bezwaarschriften in de gevallen, waarin deze wet het indienen van zodanige bezwaren bij die raad toelaat;

Sluiten