Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik zweer (verklaar), dat ik, middellijk noch onmiddellijk onder welke naam of wat voorwendsel ook, tot het verkrijgen mijner benoeming als lid van het College van Algemeen Bestuur aan iemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, noch zal geven.

Ik zweer (beloof), dat ik, om iets hoegenaamd in deze betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd enige beloften of geschenken aannemen zal, middellijk of onmiddellijk.

Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning; dat ik de Wet op de Staatsinrichting van Suriname steeds zal helpen onderhouden en het welzijn van Suriname naar mijn vermogen zal voorstaan.

Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!"

(Dat verklaar en beloof ik.").

Art. 67c.

1. De leden van het College van Algemeen Bestuur worden telkens benoemd voor dezelfde periode als de leden der Staten zitting hebben, met dien verstande, dat zij aan het einde van een zittingsperiode met de Gouverneur zullen blijven medewerken, zolang hun opvolgers niet benoemd en beëedigd zijn.

2. Indien de Gouverneur blijkt, dat een lid van het College van Algemeen Bestuur het vertrouwen van de Staten niet langer heeft, kan h'j bij gemotiveerd besluit, de Raad van Advies gehoord, tot tussentijds ontslag van dat lid overgaan. Deze wordt zo spoedig mogelijk vervangen.

3. Tussentijds ontslag wordt, de Raad van Advies gehoord, verleend:

a. bij verlies van het volle genot der burgerlijke rechten;

b. bij het ontstaan van omstandigheden, die ingevolge het vierde en vijfde lid van artikel 61a benoembaarheid tot lid van het College van Algemeen Bestuur uitsluiten.

Zodanig ontslag kan, de Raad van Advies gehoord, voorts worden verleend:

a. op eigen verzoek;

b. bij een afwezigheid uit Suriname van langer dan vier maanden.

4. Een lid van het College van Algemeen Bestuur kan onmiddellijk worden herbenoemd. Bij vervulling van een tussentijds opengevallen plaats geschiedt de benoeming voor de verdere duur van de zittingsperiode als bedoeld in het eerste lid.

Art. 61d.

De schadeloosstelling, de vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede het pensioen van de leden van het College van Algemeen Bestuur worden bij landsverordening geregeld.

Sluiten