Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 70

1. De leden van het College van Algemeen Bestuur worden telkens benoemd voor dezelfde periode als de leden der Staten zitting hebben, met dien verstande, dat zij aan het einde van een zittingsperiode met de Gouverneur zullen blijven medewerken, zolang hun opvolgers niet benoemd en beëdigd zijn.

2. Indien de Gouverneur blijkt, dat een lid van het College van Algemeen Bestuur het vertrouwen van de Staten niet langer heeft, kan hij bij gemotiveerd besluit, de Raad van Advies gehoord, tot tussentijds ontslag van dat lid overgaan. Deze wordt zo spoedig mogelijk vervangen.

3. Tussentijds ontslag wordt, de Raad van Advies gehoord, verleend:

a. bij verlies van het volle genot der burgerlijke rechten;

b. bij het ontstaan van omstandigheden, die ingevolge het vierde en vijfde lid van artikel 68 benoembaarheid tot lid van het College van Algemeen Bestuur uitsluiten.

Zodanig ontslag kan, de Raad van Advies gehoord, voorts worden verleend:

a. op eigen verzoek;

b. bij een afwezigheid uit Suriname van langer dan vier maanden.

4. Een lid van het College van Algemeen Bestuur kan onmiddellijk worden herbenoemd. Bij vervulling van een tussentijds opengevallen plaats geschiedt de benoeming voor de verdere duur van de zittingsperiode als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 71

De schadeloosstelling, de vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede het pensioen van de leden van het College van Algemeen Bestuur worden bij landsverordening geregeld.

VIERDE AFDELING

Van de werkzaamheden van het College van Algemeen Bestuur

Artikel 72

1- Het College van Algemeen Bestuur werkt met de Gouverneur tnede bij de uitoefening van diens algemeen bestuur over Suriname. Wanneer de Gouverneur het College bijeenroept, bekleedt hij het voorzitterschap.

-■ Aan leden van het College van Algemeen Bestuur wordt door de Gouverneur de uitoefening van de uitvoerende macht opgedragen overeenkomstig het bepaalde in artikel 29.

Sluiten