Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 38.

Artikel 79 wordt gelezen:

1. Het schoolbestuur stort de waarborgsom, bedoeld in het eerste of het tweede lid van artikel 73, of het over= eenkomstig artikel 74, tweede lid, verminderd bedrag daarvan, in de gemeentekas, alvorens enige uitkering van gemeentewege te genieten. Indien en zolang de stichting geacht kan worden plaats te vinden door een tijdelijke voorziening in lokaliteit, is ter zake geen waarborgsom verschuldigd en blijft de uitkering van gemeentewege voorshands tot de kosten dier tijdelijke voorziening beperkt. Wordt het tweede lid van artikel 80 toegepast, dan stort het schoolbestuur als waarborgsom een bedrag, gelijkstaande met vijftien ten honderd van de geschatte waarde van het gebouw, voordat dit ter beschikking van de instelling of vereniging wordt gesteld.

2. Indien de school gedurende drie achtereenvolgende jaren bezocht wordt door minder dan het twee-derde gedeelte van het aantal leerlingen, waarvoor zij volgens de opgave, bij de aanvrage overgelegd, bestemd was, dan vervalt van de waarborgsom zodanig gedeelte aan de gemeente, als wordt uitgedrukt door een breuk, waarvan de teller is het getal, dat aanwijst het verschil tussen het aantal leerlingen, waarvoor de school bestemd was, en het gemiddelde aantal leerlingen in die drie jaren, en de noemer het getal, dat aanwijst het aantal leerlingen, waarvoor de school bestemd was. Bij verdere daling van het aantal leerlingen vindt het vorenstaande niet andermaal toepassing.

3. Wordt de school gedurende drie achtereenvolgende jaren bezocht door minder dan de helft van het aantai leerlingen, waarvoor zij volgens de opgave, bij de aanvrage overgelegd, bestemd was, dan vervalt de waarborgsom geheel aan de gemeente.

4. De voorschriften, vervat in het tweede en derde lid, zijn niet van toepassing gedurende de eerste zes jaren, te rekenen van de dag, waarop de school in gebruik werd genomen. Mede blijven deze voorschriften buiten toepassing, indien Onze Minister, op verzoek van het schoolbestuur, heeft verklaard, dat er grond bestaat voor de mening, dat zij ten aanzien van een bepaalde school niet van toepassing zouden zijn geworden zonder de invloed van de sinds 1939 ingetreden buitengewone tijdsomstandigheden of van andere bijzondere omstandigheden.

5. Jaarlijks keert de gemeente aan het schoolbestuur over de waJarborgsom, of over het niet vervallen gedeelte daarvan rente uit tot zodanig percentage als de drie ten honderd rentegevende Nationale Schuld op de eerste beursdag van het jaar, in hetwelk de waarborgsom is gestort, voor de verkrijger afwierp, vermeerderd met een half ten honderd.

Sluiten