is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1956, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DG umm

Mei 1956

REDACTIE; MR. M, W. JOLLES. VOORZITTER. MEJ. DR. E. M. PETR I. JHR. MR. C. J. A. DE RANITZ, MR. J. L. WANS I N K. J. F. SALT E T, BEHEERDER VAN HET FOTO-ARCHIEF J. M. A. TADEMA-KRUGER, SECRETARESSE, SCHELLINGWOUDERDIJK 185, AMSTERDAM-N.

Mont Maudit – Mont Blanc

J. L. WANSINK

Doodstil is het; zelfs de geheimzinnige geluiden, die zo vaak de stilte van de gletscherwereld verbreken, zijn weggestorven bij deze overgang van dag naar nacht; alom heerst de schemering; slechts op de van ons afgekeerde zijde van de Mont Blanc valt nog zonneschijn; lichtende wolken drijven langzaam uit het westen over de Col du Midi, terwijl de duisternis al het nauwe dal van de Glacier du Géant binnensluipt.

Aan de voet van de laatste helling voor de Col du Géant maak is nog eenmaal halt; nu ook het geluid van mijn eigen stappen is verstomd, daalt de stilte zwaar en weldadig op mij neer. Mijlenver strekt zich de verlatenheid van de ijswoestenij uit; mijn broer is al een eind vooruit en verder heeft zich alle leven teruggetrokken binnen de veilige bescherming der hutten; op mijn pickel geleund, werp ik een laatste blik achter mij, omhoog naar de gisteren bereikte top, waar het laatste zonlicht in een smalle streep overheen speelt, in de diepte, waar de Requinhut verscholen ligt in de invallende nacht als een laatste station op onze terugweg naar deze grandiose ijswereld. Talloos zijn de beelden, die in mij opdoemen en zich langzaam samenvoegen tot een machtig mozaiek; de nachtelijke mars over de uitgestrekte gletscher, de dans over de wankele graat, de weergaloze „haute route”, waartoe zich in de herinnering de laatste moeizame stijging begint te vervormen, alles vloeit ineen in de grenzeloze euphorie van dit zachte eerste avonduur. Nu is dat alles voorbij. Lang-

zaam en vermoeid beklim ik de brede sneeuwhelling naar de Col; nog eenmaal vlamt het graniet van de Aiguille du Géant rood op als laatste signaal van de stervende dag. Diepe duisternis heerst, wanneer de deur van de hut achter me dicht valt.

„Mais alors, venez avec nous”, zegt een rustige stem in het halfduister van de Torinohut. Buiten staat een zwartblauwe hemel gewelfd van Mont-Blanc tot Matterhorn; uit de diepte stralen de lichtjes van Courmayeur door de heldere vrieslucht omhoog. Is dit de kans, waarop we al enkele jaren wachten? Wat telt dan de vermoeienis van vorige tochten, van de vergeefse poging van deze ochtend, toen we in gezelschap van de Booy op precies hetzelfde punt van de Kuffnergraat als vorig jaar tot omkeren werden gedwongen door de inzettende sneeuwval?

De uitnodiging van de gids uit Courmayeur, die zich ook deze graat als doel heeft gekozen, is juist voldoende om ons over de aarzeling heen te zetten, die een onmiddellijke herhaling na een mislukte aanval ontmoet. Helaas zal de Booy niet meer van de partij kunnen zijn, daar hij door andere afspraken naar Chamonix wordt geroepen (vanwaar hij zijn nu al fameuze beklimming van de Triolet zou volvoeren). Vergezeld van zijn beste wensen gaan we snel te kooi.

Zie ~De Berggids” van December 1954.