is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1956, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Abode of Snow, door Kenneth Mason. Uitg. Rupert Hart-Davis, Londen, 1955.

De ondertitel van dit boek is „A History of Himalayan Exploration and Mountaineering”. En wanneer men dan een dik boek van 350 bladzijden in handen krijgt, dan zou iemand de schrik om het hart slaan. Zou het geen onverteerbare massa droge feiten geworden zijn ? Hoe kan iemand, zelfs tónnen het bestek van een lijvig boek, van deze enorme stof nog een leesbaar verhaal maken ?

En toch is het een leesbaar verhaal geworden. Ik zou zelfs verder willen gaan en zeggen dat het een prachtig boek werd, dat zich als een roman laat lezen. En welk een roman! De exploratie van de Himalaya is zo veelomvattend, zowel historisch als geografisch bezien, dat het slechts een schrijver die de stof in alle opzichten beheerst kon gelukken de materie zo te rangschikken dat het onderlinge verband in tijd en plaats niet verloren ging en de onderlinge samenhang duidelijk werd.

Dit is Professor Mason ten volle gelukt. Ik geloof niet dat er enige expeditie naar Karakorum of Himalaya is geweest welke in zijn boek niet vermeld wordt. Steeds wordt hierbij aangetoond hoe de latere tocht als het ware op de schouders van de vorige stond en hoe het slechts de geaccumuleerde ervaring van vele generaties verkenners en bergstijgers is welke de huidige prestaties mogelijk heeft gemaakt.

Soms uit de schrijver lof en een hele enkele keer ook kritiek. Dit maakt de lectuur des te boeiender. Hij kan dan heel fijntjes om de hoek komen. Zo vond ik de volgende passage niet onvermakelijk: „It is a curious trait among some mountaineers who set out to explore new ground that they expect to have a map of it accurate in detail; they like to have it both ways : to be the first there and to have had surveyors there before them.”

Het boek eindigt met de bestijging van de Everest in 1953, waarna een korte epiloog de meest recente feiten vermeldt. Er is een zeer uitgebreide index.

Een zeer welkom boek !

M. W. J.

Kauchenfunga, door John Tucker. Uitg. Elek Bootes, London, 1955.

In 1954 verkenden enige Engelsen de Kauchenjunga. Deze expeditie, welke een zuiver privé-aangelegenheid was en dus op zeer bescheiden wijze was opgezet, had tot doel de mogelijkheden tot het bestijgen van deze berg vanuit het zuidwesten te onderzoeken. De meeste vorige pogingen waaronder de twee Duitse expedities onder leiding van Paul Bauer wel de meeste bekendheid hebben verworven hadden de berg van andere kanten aangepakt. Op grond van een uitvoerige studie van de literatuur over de Kautsch had bij John Kempe en de zijnen de gedachte postgevat dat de veelal bij voorbaat als hopeloos gekenschetste Z.W.-zijde kansen moest bieden.

Dit was de aanleiding tot de verkenningstocht, welke met grote moeilijkheden had te kampen. Vooral het dragersprohleem bracht enige keren het lot der expeditie ernstig in gevaar. Niettemin brengen de klimmers de indruk mee naar huis dat een weg naar de top mogelijk is.

En nu verandert de situatie op slag. Officiële instanties als het Himalayan Committee maken zich van de plannen meester en het resultaat is dat in 1955 onder leiding van Charles Evans (van de Everestexpeditie 1953) een, nu zwaar gesubsidieerde en met de modernste hulpmiddelen uitgeruste, expeditie plaats vindt, welke inderdaad de top van de Kauchenjunga bereikt.

Over dit laatste leest men niet in dit boek, dat alleen over de verkenning 1954 gaat. Het is alleraardigst geschreven, vlot en sappig. En het geeft, wellicht dank zij het onstuimige enthousiasme van de schrijver en zijn vrienden, zonder hetwelk er van de hele tocht waarschijnlijk niets terechtgekomen zou zijn, een indruk van vele dingen welke anders vaak niet voor het voetlicht komen. Ik denk b.v. aan het kampleven, de verhouding met de inheemse dragers en met de tochtgenoten. De schrijver beleeft alles zo hevig en direct (het is zijn eerste Himalaya-expeditie) dat hij er wel over vertellen moet.