is toegevoegd aan uw favorieten.

De berggids; tijdschrift gewijd aan alle takken van bergsport (skisport)-officieel orgaan van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1957, 1957

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geklater van ijs in de spleet. Mopperend zoeken we links een overgang en waaraehtig, een fragile sneeuwbrug helpt ons over het obstakel heen. Een blik naar beneden geeft ons moed, reeds 250 meter hebben we afgelegd, dus wacht ons nog een klim van 350 meter in rechte lijn naar de ~Epaule”. Maar na enige stappen wordt ons enthousiasme wat getemperd, op de helling (die hier 50 graden is) ligt een grote hoeveelheid zachte lawinesneeuw; het voortdurende wegzakken maakt het stijgen uiterst vermoeiend, vooral voor de eerste man. Ik kan, als tweede aan het touw, tijdens de vele korte rustpauzes, nog enige belangstelling voor het iandschap tonen, een bloedrode Monte Rosa trekt vooral de aandacht. Mijn pogingen om Van der Leek hierop attent te maken, lokken van zijn zijde slechts een hoesterig „ja-ja” uit. Na een 200 meter is ook mijn humeur volledig bedorven. Dan roept Van der Leek opeens iets onverstaanbaars, ik stoot mijn pickel in de sneeuw en omhoogkijkend zie ik, dat hij voor een gladde van hieruit onmogelijk steil lijkende ijshelling staat. Ik klim naar hem toe, zeker hem door mijn pickel zo diep mogelijk in de sneeuw te slaan en leg ons touw over de hele lengte van 40 meter uit. Nadat mijn voorman het touw heeft uitgeklommen vliegen mij weldra de stukken ijs om de oren, kennelijk wordt er een haak geslagen. „Komen” klinkt het van boven. Gretig klauwen de voorste punten van mijn twaalfpunts-stijgijzers zich vast in het ijs en na een paar minuten sta ik naast Van der Leek in de ijstrede. Nog een touwlengte klimmen we op deze wijze en dan staan we op de épaule, de twee ijshaken laten we voor de gebroeders Wansink zitten. Het is dan zes uur, om kwart voor zeven bereiken we de top, na een wandeling over de schouder en een steile beklimming van het top-ressaut.

De N-wand van de Aicj. du Plan. Links van de top de Deni du Crocodile

Foto G. Talrraz

Langzaam heeft de wolkenbank, die in het Oosten hing, zich uitgebreid over de hemel, als een staalgrijze koepel sluit zij het Alpenlandschap in, de toppen van het Berner Oberland en het Wallis, de Meije en Gran Paradiso lijken onwaarschijnlijk dichtbij. Na een half uur „holdes Gipfelglück” dalen we snel af naar de hut, die we kwart voor negen bereiken.

Aiguille du Plan

Gezeten op een der terrasjes in Ghamonix, heeft men tijdens (overigens spaarzame) mooie dagen een schitterend uitzicht op de Aiguilles de Ghamonix. Grands Gharmoz, Blaitière en de kunstige Giseaux, Fou, Gaïman en Grocodile vormen een reusachtige muur, terwijl de grijze wanden van de Peigne en de Aiguille des Deux Aigles een omranding vormen van een glinsterende, in golven van bultige séracs naar beneden tuimelende ijswand: de noordwand van de Aiguille du Plan. Onder het genot van een glas wijn zaten wij hier naar te kijken, pas terug van een dankzij het slechte weer mislukte tocht, en of het nu uit revanchegevoelens was of niet, diezelfde middag waren wij op weg naar het hotelletje Plan des Aiguilles, terwijl de regen in stralen uit de hemel viel. Om twee uur reveille: een blik naar buiten geeft een maan te zien, af en toe bedekt met door een stormachtige westenwind opgezweepte wolkenflarden. Na een haastig ontbijt