is toegevoegd aan uw favorieten.

Jaarboek van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1911, 1911

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binding ontstaan tusschen Zermatt en Zinal, dan zal een ontzaglijke vreemdelingenstroom trekken door het Val d’ Anniviers en dan zal vo'or de vrienden van het ongerepte schoon wederom een romantisch dal verloren zijn gegaan.

De zuidelijke dalen van de Penninische Alpen.

Ver afgelegen en moeilijk bereikbaar als ze zijn, worden ze door ons Hollanders zeer zelden bezocht en terecht schrijft den heer Van Eeghen in zijn O'P'SteH), dat hun namen voor velen oven onbekend zijn als plaatsnamen in den Kaukasus en den Himalaya.- Een grootere bealngsteliing komt deze dalen alleszins toe en daarom vestig ik hier op de drie voornaamste de aandacht.

Het Val di Gressoney is een uitverkoren toevluchtsoord van de Italiaansche toeristen. Het mist de eenzaamheid en het strenge karakter van de Zwitsersche dalen; ’t is al kleurschakeering, wat men ziet en het bekken van Gressoneiy-St. Jean, dat op zich zelf al een idylle is, wordt nog aantrekkelijker door de gletschers van Lyskamm en Monte Rosa, die het dal afsluiten. Het mondaine leven is daar reeds lang doorgedrongen, vooral sinds de Koningin-Moeder van Italië het jaar op jaar bezoekt. Gressonoy-St. Jean en Gressoncjy-La-Trinitc zijn als het ware door een onafgebroken rij villa’s, pensions en hotels met elkaar verbonden.

De bevolking is oorspronkelijk uit Wallis afkomstig en vormt een krachtig, mooi geslacht. „Bijzonder wordt het oog van den vreemdeling getroffen door de schilderachtige en bekoorlijke kleederdracht van de Gressoncyer meisjes en vrouwen, die steeds bewaard is gebleven. Zij dragen scharlaken-roode rokken, zwart zijden schorten, rijke, gedeeltelijk met gouddraad bewerkte lijfjes, wit kantwerk op de borst en bontgekleurde hoofddoeken. De van moeder op dochter overgaande rijk bew'erkte z.g. ~Goldhauben”, ware kunststukjes, worden nog slechts bij hooge feestelijke gelegenheden gedragen en zijn uit de mode geraakt.”

i) A. \V. van Eeghen, „De zuidzijde van den Matterhorn” in dit jaarboek.

2) Fr. Eymann, S. A. C.-Jahrbuch 1905.