Het is mogelijk om uw bekeken objecten te bewaren. Ga naar instellingen om deze optie in te schakelen.
Geen zoekvraag opgegeven
’gonen, die geweldige strijders: zij naderden snel van hier en van daar, ontelbaar, met reuzengestalten. Ongerust keek ik naar het naderende gevaar en verwachtte elk oogenblik op dit smalle wegje tusschen twee afgronden een hevigen windstoot; krachtig stak ik bij eiken pas den gepunten steel van mijn houweel in de harde sneeuw. Daar zei Visser tot mij: „Luister eens aan je Pickel.” Ik bracht hem even aan mijn oor en hoorde hem niet zonder schrik suizen zooals telegraafdraden, waar de wind door strijkt; het geluid, naar ik heb hooren zeggen, van de uitstroomende electriciteit, waarmede de berg en wij en onze houweelen waren geladen. Enkele oogenblikken later waren wij boven. Ook Theytaz had natuurlijk het gevaar bemerkt. Op den top gekomen keerde hij zich tot ons, die onze laatste passen deden en riep ons toe dat wij terstond moesten afdalen. En hij gaf blijk van groote onrust. Even keek ik op mijn horloge; het was 10.50. Onze tijd was dus, inclusief een half uur rust voor het ontbijt, 6 uur 20 minuten van de hut tot op den top. „Vite, vite, en bas!” herhaalde Theytaz zijn aansporing om niet te toeven en daar gingen wij naar beneden, de westflank af naar den Bricollagletscher, dien wdj door de wolken nog even in de diepte zagen schemeren. Maar enkele oogenblikken later waren wij door zware nevelen omhuld en plotseling. . . een felle om ons heen, onmiddellijk gevolgd door een krakenden donderslag, nadaverend met geweldige echo’s. ~Vite, vite,” schreeuwde Theytaz, die nu da hchterman was,i terwijl Visser vooruit ging. ~Houweel wegwerpen?” vroeg ik aan 'l'heytaz. „Neen, houden, gij kunt het bij de afdaling niet missen, en bas, en bas!” Maar dat ging zoo gemakkelijk niet! De rotsen van den berg waren aan dezen kant brokkelig en deels met een dun laagje ijs bedekt. Een steil tegen den bergwand hangend stuk firnsneeuw moest worden getraverseerd, dat wil zeggen in horizontale richting overgestoken. Ik wilde een paar treden hakken, om zeker te zijn van mijn voetstap. „Neen, neen,” riep Theytaz, „vooruit”. „Dan maar fluks er over,” dacht ik, maar mijn ontnagelde schoenen vonden op de harde sneeuw geen houvast en... roets ... daar gleed ik uit langs de steilte naar beneden. Ik sloeg mijn houweel boven mij vast in sneeuw en ijs en tegelijk hield mij het touw, dat voor door Visser en achter door Theytaz, die beiden op rotsbodem stonden, krachtig werd stijfgetrokken. Theytaz vloekte, maar weer op vasten bodem gekomen, zei ik tot hem, dat ik niet ter wille van de snelheid de zekerheid wilde veronachtzamen en niet uit vrees voor het onweer wilde afstorten. ~En ik,’' antwoordde hij, „wil niet door den bliksem worden gedood. En bas!” Wij gingen verder, zoo snel mogelijk, bij voortdurende bliksemflitsen, die den nevel om ons geheel verlichtten zonder dat wil den straal zagen en onmiddellijk gevolgd werden door ratelende donderslagen. Het begon te sneeuwen en de wind stak op. Heel even stonden wij stil om de sneeuwkappen op te zetten en tot aan den hals over het hoofd te halen. Al spoedig had de sneeuw de rotsen met een laag bedekt, waardoor de afdaling zeer bemoeilijkt werd. Bovendien toonde de te volgen weg zich daardoor minder duidelijk en daarom wendde Visser zich op zeker oogenblik om met de vraag; „naar rechts?” welke ik aan Theytaz, die boven mij stond, overbracht. „Vooruit, zeg ik, naar beneden,” was zijn antwoord, „ik ben de gids, ik heb te commandeeren en als ge niet sneller gaat over dezen ezelsweg dan maak ik het touw los, dan ben ik dadelijk beneden.” ~Dat zal je wel laten”, dacht ik en nam mij voor niet sneller te gaan dan de zekerheid toeliet. Bovendien donderde het beneden ons even hard als boven. Weer waren wij een eind naar beneden gegaan, steeds over brokkelige rotsen onder de sneeuwlaag, toen plotseling Visser van de been raakte en naar beneden gleed, maar ik hield hem aan het touw; wat mij een zekere voldoening gaf na mijn voorafgeganen misstap. Het ongeval had echter zijn invloed op Visser niet gemist en wij gingen weer langzamer voort, tot groot ongenoegen van Theytaz, die vloekte en ~vooruit ’ riep. Een en ander ontging aan mijn voorman, die te ver weg was om het te hooren. Gelukkig, want de aanmoedigingen van onzen gids waren zeer geschikt om aan zijn reizigers alle zelfvertrouwen onder de inderdaad moeilijke omstandigheden te ontnemen. Daar bleef Visser weer staan. „Tin bas!”'brulde Theytaz. „Ik ga geen slap verder!” riep Visser, zich omkeerende, mij toe. Ferpècle. „het is hier alles ijs onder de sneeuw.” Hij had gelijk; waren wij doorgegaan, een catastrophe had niet kunnen uitblijven. Wij waren een breed en steil ij'scouloir genaderd, dat Theytaz zeker door de sneeuwjacht niet had opgemerkt en dat wij dwars moesten oversteken. De gids kwam naar voren en ging treden hakken, waarin wij hem met voorzichtigheid volgden, want wij stonden geen van drieën vast genoeg om een ander te houden. Lang duurde het treden hakken niet, want al spoedig waren wij de ijshelling overgestoken en hadden wij weder rotsbodem onder de sneeuw, of juister losse rotsblokken, die onder de gegeven omstandigheden ook weer groote voorzichtigheid noodig maakten. Zoo werkten wij ons naar beneden, bij steeds vallende sneeuw, in dichte nevelen, onder voortdurend onweer, dat echter, gelukkig, allengs in hevigheid was afgenomen. Wij waren geheel wit door de ojf ons vastgevroren sneeuw" en het touw was een ijskoord geworden, dat moeilijk te hanteeren was. De voortreffelijke teekening‘) naast blz. 330 van Dent’s Mountaineering, getiteld: „The pass in sight” herinnert mij altijd levendig onze pfdaling van den Grand Cornier. Toen wij gedurende twee uren aldus bezig waren geweest, zag ik in den rotswand een klein hol en vroeg aan Theytaz of wij daarin niet zouden schuilen, totdat het onweer zou zijn afgetrokken. Hij nam het voorstel dadelijk aan. Wij begroeven de ijsbijlen terstond onder de sneeuw, om het gevaar van bliksemslag te verminderen en onder den overhangenden rotswand vonden wij juist plaats voor ons drieën. Nadat wij daar een half uur weggedoken hadden gezeten, hield de sneeuwval op en hoorden wij den donder nog slechts van verre rollen. De nevelen trokken naar boven en beneden ons zagen wij weer den Bricollagletscher. -Wij haalden de ijsbijlen uit de sneeuw en daalden, thans minder gehaast, op den gletscher af, dien wij in een half uur bereikten. Toen begon het te regenen, hoe langer hoe harder en zonder andere gewaarwording dan dat wij er goed afgekomen waren en zoo gauw mogelijk een ‘) Overgenomen in Ph. C. Visser Gzn.: „Boven en beneden de sneeuv'grens”, blz. 233. beschutting moesten zoeken tegen de vallende regenstroomen, spoedden wij ons den gletscher af naar de Alpe Bricolla, ik weer glijdend en vallend op het hellende, blanke ijs, eens met mijn arm juist in een kleine gletscherspleet, tot vermaak van Visser en ergernis van mijzelf. Om half vier kwamen wij op de Alpe Bricolla aan, alwaar wij in een armzalige hut, waar de wind doorheen blies en de rook vair het vuur verstikkend was, veel lekkere melk dronken en een poosje uitbliezen. Niettegenstaande tocht en rook vonden wij het er zeer herbergzaam. Een uur later, om half vijf, waren wij te Ferpècle, juist twaalf uren na ons vertrek van de Mountet. Wij bestelden dadelijk een maal en in afwachting van het opdienen daarvan, maakte ik Theytaz een welverdiende opmerking over zijn gedrag tijdens het gevaar, waarin wij hadden verkeerd. Hij begreep blijkbaar terstond, dat er van verder gaan met ons zooals oorspronkelijk in de bedoeling had gelegen geen sprake kon zijn en viel mij in de rede met de opmerking, dat hij eerst betaald wilde worden. Tk bedwong mijn verontwaardiging over deze houding en betaalde. Daarna zei ik hem, dat een goede gids behalve de techniek van het bergbestijgen ook zichzelf meester behoort te zijn en in moeilijke omstandigheden zijn toeristen zedelijken steun heeft te verleenen, maar dat het in de atgeloopen uren niet aan hem te danken was, dat wij moed hadden gehouden. Zijn antwoord was een; „Je m’en fiche" hij kon toeristen genoeg krijgen. Ferpècle is een gehucht, gelegen op het hoogste punt van den Combc de Ferpècle aan een bruisenden bergstroom en het heeft een aardig klein hotel, waar wij uitrustten van de inspanning, die de tocht van ons had gevergd, een tocht, die ons zonder dat wij ons eenige waaghalzerij hadden te verwijten, aan ernstig gevaar had blootgesteld. Den volgenden dag wandelden wij over Haudères naar het bergdorpje Arolla, mooi gelegen aan het boveneind van den Val d’Arolla, beroemd om zijn prachtige dennen (arolla’s) en zijn heerlijk gezicht op den Mont Collon, die het dal afsluit. De IVlont Collon Opn. Alf. Hoi-mes. 11 hiernevenstaande photographie 1) geeft een aantrekkelijk beeld van het dal en den berg. De grootschheid van dat Alpenlandschap is aangrijpend en verheft den bewonderaar boven het peil van alledaagsche gevoelens en beschouwingen. Maar de bewoners van het dal hebben zich laten meesleepen door een uit concurrentie geboren veete, die tusschen de beide' hotels te Arolla bestaat en zijn daardoor in twee elkander fel bestrijdende partijen verdeeld. In dat door zooveel natuurschoon gezegende afgelegen hoogdal is de mensch al niet anders dan in onze dorpen een dijk. In het beneden in het dal gelegen groote hotel Mont Collon kenden wij geen onderdak vinden en klommen dus naar het hooger gelegen hotel Kurhaus Arolla (door de inwoners „Hotel Courrousse” genoemd), dat zijn fraaie* ligging te midden van mooi dennenhout voorheeft boven hotel Mont Collon, vooral voor een langer verblijf. In het Kurhaus troffen wij aan tafel den heer en mevrouw De Bruyn-van der Leeuw, met wie wij den avond gezellig doorbrachten. Den volgenden dag was het prachtig weer: hij werd gewijd aan luieren, brieven schrijven en het voorbereiden van onzen verderen tocht. Gelijk ik reeds heb medegedeeld was onze richting naar den Montblanc en wij wilden over de Alpenketen naar de Val Pellina komen. De omstandigheden hebben gewild, dat wij den overtocht hebben gedaan over den top van den Mont Collon. Aanvankelijk schenen die omstandigheden weinig gunstig: wij konden geen gids krijgen. Alle gidsen bleken al te zijn besproken voor den eersten mooien dag. Reeds begonnen wij ernstig te' vreezen dat wij van ons plan om den volgenden dag over een bergtop naar de Val Pellina over te steken, zouden moeten afzien, toen de heer en mevrouw De Bruyn ons uit de moeilijkheid hielpen. Ik zag deze afbeelding in het October-nummer 1909 van „The Graphic”. De maker van dit mooie lichtbeeld, de heer Alfred Holmes, te Bradford, is zoo vriéndelijk geweest mij een voortreffelijken afdruk te schenken ter reproductie in dit boekje, waarvoor ik hem zeer erkentelijk ben. Dezen hadden bij zich een vasten gids, Vitus Imesch, uit de buurt van Visp, en bovendien hadden zij uit Arolla den gids Pierre Gaspoz aangenomen. Zij waren voornemens onder leiding van dit tweetal den volgenden dag den Mont Collon te bestijgen, ’s Middags ontmoetten wij ze in het posthuis, dat een ruim balkon met prachtig uitzicht heeft, alwaar wij gezamenlijk thee dronken en toen zij van onzen nood hoorden, boden zij ons Gaspoz aan: wij zouden dan allen tezamen den Mont Collon beklimmen; op den top zouden wij uitééngaan: zij met Imesch terug naar Arolla, wij met Gaspoz den anderen kant van den berg af naar Prarayé in de Val Pellina. Dit aanbod werd door ons met groote erkentelijkheid aanvaard en aan dat aanbod dank ik een van de mooiste en aangenaamste bergtochten, die ik heb gemaakt. ’s Avonds kroop Visser tijdig in bed en liet aan mij de verzending van onze bagage over. Ik kwam eerst om tien uur aan het postkantoor, in het pikdonker achter den ezel aan, die de koffers droeg. Maar weder toonde de Zwitsersche post haar voortreffelijkheid. In dat nachtelijk uur werd ik even vriendelijk geholpen alsof het morgen was: al wat noodig was om ons goed vrij over de Fransche grens te krijgen werd voor mij in orde gemaakt en met de zekerheid dat wij onze bagage te Chamonix zouden terugvinden, klauterde ik tegen elf uur het pad naar het Kurhaus weder op, bijgelicht door een lantaarn van den chef van het postkantoortje. De onmisbaarheid daarvan was mij O'p den heenweg gebleken; onder het dennengeboomte had ik in den werkelijken zin des woords geen hand voor oogen kunnen zien en ik was in de zwartste duisternis het bergpad afgestrompeld. Nog voel ik de benauwdheid van mijn toenmalige gewaarwordingen als ik er aan terugdenk. Met de lantaarn boven gekomen, ging ik ter ruste. Visser sliep benijdenswaardig, maar schrikte alras wakker door mijn angstig geroep: ~Flip, Flip, de gaskraan staat open! Flip wist zoo gauw niet hoe de gaskraan te sluiten, wat vergeeflijk was, omdat hij zoo’n slaap had en er bovendien geen gaskraan was. Door mijn geroep werd ook ik wakker en wij samen constateerden, dat het een nachtmerrie was geweest-en sliepen verder. Lang was de rust niet; om twee uur stonden wij op, maar er ontstond eenige vertraging zoodat wij eerst tegen half vier op marsch gingen: de heer en mevrouw De Bruyn met Imesch en wij beiden met Gaspoz. Het was een heerlijke, eenigszins zwoele nacht. Ons pad ging eerst een eind onder Arolla-dennen en daarna over rotspuin, 1) moiamen en gletscher tot den Col de Vuignette (of Col de Pièce), waar wij na ongeveer 2V2 uur gaans geruimen tijd halt hielden. Het was een prachtige dag geworden en de stralende zon, die den molligen sneeuwhop van de Pigne d’Arolla deed schitteren, bracht Visser en mij in de meest opgewekte stemming. Hij voelde zich dien morgen bij uitzondering bizonder prettig en onze vreugd over de heerlijkheid van den dag en de bergen was bijna te uitbundig voor het begin van een tocht, zooals wij er een voor den boeg hadden. Een wandeling van een uur over den Glacier de Vuibez, een licht golvend sneeuwveld, bracht ons aan den voet van de noordwestelijke graat van den Mont Collon. De beklimming van den berg over en langs die graat was een groot genot. Een z.g. schoorsteen bood eenige moeilijkheid: Imesch nam daar met blijkbaren tegenzin de hulp van het hem door Gaspoz toegestoken ijshouweel aan. Op het laatst bracht een steile ~Firnhang” ons op den top (3644 M.; waar wij om even voor elf uur aankwamen. Een mooie tijd uit sportief oogpunt was dat geenszins, maar daaraan dachten wij niet, het zeldzaam mooie weer, de aangename inspanning van den tocht en dan, ten slotte, het prachtige uitzicht van den top op al die reuzen van Wallis, dat maakte de beklimming van den Mont Collon tot een heerlijkheid, waaraan de herinnering mij altijd zal bijblijven. Wij vertoefden een uur op den top, waar het volkomen windstil was. Daarna namen wij afscheid van den heer en mevrouw De Bruyn, dankten ze nog eens hartelijk voor het afstaan van Gaspoz en gingen ovei den breeden bergtop in de richting \'an den zuidkant. Toen wij een eindweegs waren en omkeken, zagen wij hoe 1) Dit Ne 248 Cortlys, 252 Gors, Cascade des, 251 Créton, Becca de, 251 Dent Blanche, 151*, 206, 244, 248, 249 Dent Blanche, Col de la. Zie Col du Grand Cornier nixenze, 220 Dol in Mont, 248 Dom, Tf Domhütte, 42’ Doves Blanches, Pointe de, 204 Dromedaire, 150 Dufourspitze, 99, uo, 253 Zie ook: Monte Rosa. üurand, Glacier du Mont 27, \']i, 253 Dza, Col de, 251 Edelweiss, Pension, 23, 241 Egginergrat, 141, 246 Kgginerhorn, 142, 246 Eisten, 121 Entremont, Val d’, 14 Evêque, Col de I’, 253 Evolena, 32, 194, 221, 257 Feegletscher, 137, 143 Eeejoch, 139 Feekin-schlucht, 245 Félikjoch, 253 Fenêtre de Balme, Col, 250 Ferpècle, 156*, 160, 222, 248, 258 Ferpècle, Combe de, 160, 222 Ferpècle, Glacier de, 207, 226 Ferpècle, Val de, 32 Findeln, ii*, 4S Fionnay, 33, 250, 258 Furggenjoch, 47 Gabelhorn, Ober-, 113, 145*, 178*, 182*, 233*, 244, 247 Gabelhorn, Unter-, 242 Gabiet-Alp. 252 Gabiet-See, 252 Gadmen, 45 Gemsstein, 252 Goimein, 36*, 52, 59 Gletscheralp, 245 Gornergletscher, 14, 45, 109 Gornergrat, 19*, 21, 44, 241 Gornerschlucht, 23 Grenzgletscher, 109, 242 Gressane, Val Zie Val di Gressoney. Gressoney, Val di, 14, 34, Gressoney-La-Trinité, 34, 252, 258 Gressoney-St. Jean, 34, 252 Grundberg, 246 Grünsee, 45 Haudères, 160, 222 Hérehs, Col d', 49, 227, 245, 253 Hórens. Dent d’, 251, 252 Hórens, Val d’, 14, 26,32, 194, 219, 225 Héremance, Val d’, 14, 220 Höhbalm, 242 Hohen Licht, 252 Hohthaligrat, 44, 242 Hörnli, 21, 242 Huteggen, 121 Jazzi, Cima di, 242 Kessjenjoch, 130 Kiengletscher, 96 Kienhütten, 97 Lac Blue de Lucel, 248 Lancey, 250 Lange Fluh, 138, 245 Lenzjoch, 247 Liddes, 253, 258 Idntyhütte, 252 Lona, Pas de, 248 Louvie, Alpe de, 250 Luc, St. 257 Ly.skamm, 105*, 244, 252 I.ysjoch, iio, III*, 245. 253 IVI aisons-Blanches, Col des, 251 Martigny, 38, 258 Matterhorn, ll*, 15, 17*, 36*, 46.47*, 55*. 57*. 'o4*. 182*. 229,244,252 Cravate, 64, 72 Cravate, Refuge de la, 65’ Crête de Cocq, 63 Escalier, Grand, 61 Félicité, Col, 68 Furggengrat, 52 Giordano, Gite, 63 Glacons, Vallon des, 63 Jordan, Echelle, 69*, 70 Cinceuil, 63 Lion, Col de, 61, 72 Lion, Tête de, 61 I.uigo Am. di Savoia, Rifugio, 61, 62 Matterhorn-top, 67* Mauvais Pas, 63 Tour, Grande, 50, 61, 62*, 72 Tyndall, Corde, 63 Tyndall, Pic, 64, 74 Matterhornhütte, 242 Mattmark, 132 Maltmark-See, 133*, 245 Meiden, 257 Mettelhorn, 231*, 242 Miné, Glacier du Mont-, 207, 226 Mischabelhörner, 16 Mischabelhütte, 246 Mittaghorn, 141, 246 Mominggletscher, 179 Mountel-hut, Zie Constantia-hut Moro-Pass, Monte, 131, 141, 246 Motto de Plété, 251 Mont-Blanc de Seilon, 250 Mont Fort, 250 Monte Rosa, 99, 104, 243, 253 Nadelgrat 77*, 246 Nadelhorn, 246 Navigence, 27, Nicolaïtal 14, 15, Niklaus, St., 257 Obergabelhorn, Zie Gabelhorn Olen, Col d’, 252 Oren, Coiiibe d’, 166 Orsières, 38, 253, 258 Otemma,, Glacier d’, 253 Panossière, Cabane, 250 Parrotspitze, 253 Paucherot, Cime de, 251 Pellina, Val, 14, 35 167, 168 Penninische Alpen, 7* Plaitje, 245 Pièce, Col de. Zie Col de Vuignette Pièce, Glacier de, 253 Pièrre ê. Vire, 250 Pollux, 19’ Praborgne, 171 Pralong, 258 Prarayé, 35, 167*, 251, 258 Randa, 15, 97, 257 Riffelalp, 104, 241 Riffelberg, 21, 104, 241 Riffelhorn, 49, 242, 243’ Ritzgletscher, 142 Roe Noir, 247 Rothorngletscher, 185 Roussette, La, 249 Ruinette, 250 Saas-Fee, 27, 32, 33, 38, 117, 123* 129*, 245, 257 Saas Grund, 119*, 122, 137, 257 Saastal, 14, 26, 32, Saleinaz, Cabane de, 253 Saleinaz, Fenêtre de, 253 Schönbühlhütte, 227, 241, 253 Schwarzhorn, 253 Sduvarz'ee, 21, 241 Sella, Capana Quintino, 252 Siders, 194, 257 Sierre, zie Siders Signalkuppe, iii*, 253 Sion, 27, 194, 217, 257 Sonadon, Col du, 253 Staffelalp, 22, 227 Stalden, 121, 257 Stockhom, 45, 242 Südlenzspitse, 246 Tabel, Glaciers du Mom, 251 Tasch, 15, 82 Taschalp, 82 Taschbach, 82 Taschhorn, 77*, 79, 91 Telchenhorn, 252 Teufelsgrat (Taschhorn), 77*, 86*, 91 Tête Blanche, 227 Theodulpass, 245 Tour, Col du, 253 Tournalin, Grand, 232 Tournanche, Val, 14, 36, 53*, 35* Trifthorn, 245 Trifthotel, 113, 186, 231, 241 Triftjoch, 245 Trifttal, 23 Useigne, 220*, 221 Vache, Roe de la, 247 Valcournera, Col di, 251 Valpelline, 35, 38, Valpelline, Col de, 245, 251, 253 Vallournanche, 59, 258 V'eisK'i, Grande Dent de, 249 \'eisivi, Feilt Ocnt de, 188, 249 V'ex, 218*, 219 Viège, Zie Visp. \’incent-py'arnide, 253 llB, 257 Visp-Zcrinatt-spoorweg, 16* Vispbach, 15 Visptal, Zie Nicolaïtal. Vissoye, 26, 27, 144, 169, 237 Vouasson, Pointe de, 24S Vuibez, Glacier de, 165 Vuignette, Col de, 165 Wandfluh, 207 Weisshorn, 9*, 16, 42*, 244, 248 Weissmies, 246 Weissmieshotel, 130, 131*, 246 Weisstor, Neue, 245 \V( llenkuppe, 178*, 231, 233*, 244 Za, Aiguille de la, 194, 249 Za de Zan-Firn, 166 Zermatt, 10, 17*. 38, 241, 257 Zermalttal, Zie Xicolaïtal. Zinal, 31, 33, 38, 144, 169, 247, 257 Zinalgletscher, 147, 148, 179 Zinal-Rothorn, 149, 175*, 177, 185*, 244, 247 Zmuttg-letscher, 227 Zumsteinspitze, iii*, 233 INHOUD. Blz. Penninische Alpen, Ph. C. Visser Gz 7 Visptal 15 De overige noordelijke dalen van de Penninische Alpen 25 Val d’Anniviers 31 Saastal 32 Val d’Arolla 32 Val d’Hérens 32 Val de Ferpècle 32 Val de Bagnes 32 De zuidelijke dalen van de Penninische Alpen 34 Val di Gressoney 34 Val Pellina 35 Val Tournanche 36 De pas over den Grand St. Bernard 37 Wenken voor de toeristen 38 Reistijd 38 Centra voor hoogtoeristen 39 Reiskosten 39 Gidsen 39 Bagage 40 Weersgesteldheid 40 De Hohthaligrat, I. de Bruyn 44 De Zuidzijde van den Matterhorn, A. W. van Eeghen Jr. 46 Traverseering van den Taschhorn over den Teufelsgrat, G. J. Lugard 76 Dufourspitze en Schneegestöber, R. Cort van der Linden 99 Monte Rosa via Grenzgletscher, I. de Bruyn 104 Traverseering van den Obergabelhorn, I. de Bruyn 113 Saas Fee; Een kostschoolherinnering, Jonkvr. J. Hooft... 117 Allalinhorn en Egginergrat, Dr. D. H. Koetser 136 Grand Cornier en Mont Collon, Mr. H. J. Knottenbelt... 144 Val d’Anniviers, bestijging van den Besso en traverseering van den Zinal-Rothorn, Mr. Dr. B. Th. Baron van Heemstra 169 Een klauterpartij op den Petite Dent de Veisivi, Jonkvr. J. Hooft 188 Aiguille de la Za, Mevr. Damsté—Muller 194 Dent Blanche, Mevr. Damsté—Muller 206 Van Arolla naar Zermatt, Mr. F. A. N. S. van Meurs... 216 Alexander Burgener—Vater, Mr. W. C. Beucker Andreae 238 Aanbevolen wandelingen, bergbestijgingen en pasovergangen, Ph. C. Visser Gz 241 Zermatt 241 Saas-Fee 245 Zinal 247 Ferpècle 248 Arolla 248 Fionnay (Val de Bagnes) 250 Prarayé (Val Pellina) 251 Breuil (Val Tournanche) 251 Gressoney 252 High-Level-Road 253 Literatuur en Kaarten 254 I. Reisgidsen en Literatuur 254 11. Kaarten 255 Gidsen en Gidsen tarieven 256 Aanbevelensvvaardige hotels 257 Bladwijzer 259 AFBEELDINGEN. Blz. Matterhorn, Wehrii Omslag. Matterhorn, gezien van Riffelalp, Wehrii Titelplaat. Penninische Alpen, Geo Finch 7 Weisshorn, Geo Finch 9 Matterhorn 11 Visp-Zermatt-spoorweg, Eckstein ■. ... i 6 Zermatt en Matterhorn, C. M. J. Tromp 17 Castor en Pollux, C. M. J. Tromp 19 Edward Whymper, Geo Finch 24 \'al d’Anniviers, Wehrii 29 Matterhorn en hotel Giomein 36 Grand St. Bernard 37 Weisshorn van Domhütte gezien, Geo Finch 42 Matterhorn, gezien van den Breithorn, C. M. J. Tromp.. 47 Matterhorn, gezien van uit het Val-Tournanche 53 Het Val-Tournanche 55 Matterhorn en Hotel du Mont Cervin 57 Matterhorn (Schets) 60 Grande Tour 62 Refuge de la Cravate, V. Sella 65 Top van den Matterhorn 67 Echelle Jordan 69 Uitzicht van den Italiaanschen top van den Matterhorn 71 Nadelgrat, Dom en Taschhorn met Teufelsgrat 77 Op den Teufelsgrat, Williamson 86 Taschhorn met Teufelsgrat, Williamson 91 Matterhorn, gezien van Riffelberg, Eckstein 104 Lyskamm van Bétemps-hut, E. Reginald Taylor 105 Hotel Monte Rosa, Zermatt, C. M. J. Tromp 107 Zumsteinspitze, Signalkuppe en Lysjoch, E. Reginald Taylor 111 Saas Grund, C. M. J. Tromp 118 Saas Fee 123 Blz. Kapel te Saas F'ee, E. Reginald Tayior 125 Kieeding der vrouwen op feestdagen, E. Hassé 127 Kat en Muis, E. Hassé 128 Saas Fee met Saasgletscher, E. Hassé 129 Hotel Weissmies, E. Reginald Tayior 131 Almagell, E. Reginald Tayior 132 Mattmarksee, E. Hassé 133 Obergabelhorn, gezien van Mountet, Wehrli 145 Dent Blanche en Grand Cornier, Wehrli 151 Ferpècle, Wehrli 157 Mont Collon, Alt. Holmes 161 Prarayé, Guido Rey 167 Zinal Rothorn, Wehrli 175 Wellenkuppe en Ober-Gabelhorn, Geo Finch 178 Obergabelhorn en Matterhorn .. 182 Top van den Zinal Rothorn 185 Landschap bij Arolla 188 Dent Blanche-graat, H. W. Gover 210 Dent Blanche-top, H. W Gover 212 Vex 218 Aardpiramiden bij Useigne, Wehrli 220 Daagsche kleederdracht in de Val d’Hérens 221 Zondagsche kleederdracht in de Val d’Hérens 223 Matterhorn, gezien van Mettelhorn-route, Wehrli 229 Top van het Mettelhorn, Wehrli 231 Ober-Gabelhorn en Wellenkuppe, Wehrli 233 Bestijging van den Riffelhorn 243 VERBETERINGEN. Jaarboek 1911, Penninische Alpen. Blz. 228, regel 15 van boven „schouder”, lees: Schouder. Blz. 232, regel 12 van onder „Picea excehsa”, lees: Picea excelsa. Blz. 232, regel 5 van achter „boomsoorten” als noot te lezen: De twee laatste bomen komen niet in Duitsland, Europees Rusland of Skandinavië voor. Blz. 234, regel 9 van boven achter „pijnappels” te voegen: van de Pinus pinae. Blz. 234, regel 20 van boven „in groter getale”, lees • in grote getale. Blz. 237, regetl 4 van boven ~hoffelike”, lees: loffelike.
10
Obergabelhorn.
Gezien van Mountet.