is toegevoegd aan uw favorieten.

Jaarboek van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kroegjes, en clubhutten. Wij kunnen ons nu eenmaal dat eindeloos getob niet voorstellen om een matige hoogte te bereiken, en wij kunnen nauwelijks de gedachte van ons afmetten, dat we met de padvinders mee zijn in de duinen, zoekend naar roodhuiden, daarbij allerlei denkbeeldige gevaren tartend. Maar neen, het was ernst daar aan den voet van den Schreckhorn, kranige kerels waren het Anderson en zijn gidsen, die na het overwinnen van tallooze gevaren ten slotte slechts den Klein-Schreckhorn wisten te bereiken. Kranige kerels die pioniers, en de Gipfel-fressende moderne alpinist, die in een goed ingerichte clubhut een nachtje naast een snurkenden buurman moet doorbrengen, mag Anderson’s verhaal nog wel eens lezen. Ik wed, dat hij het snurken niet meer hoort en uit puur weeldegevoel op op het zachte stroo-leger in een verkwikken slaapje valt.

Dan komt Sir Leslie Stephen en dezen sympathieken Engelschman gelukt het in 1861 (14 Aug.) den Schreckhorn te bestijgen. Boeiend en humoristisch heeft hij dezen tocht in zijn „Playground of Europe” beschreven al laat de topografische duidelijkheid eenigszins te wenschen over. Met volkomen juistheid is daarom de gevolgde route niet op te geven, maar zij schijnt gedeeltelijk eenigszins overeen te komen met die welke thans van uit de nieuwe Strahlegg-hut gevolgd wordt (en die wij als terugweg gebruikten). Zij overnachtten m de rotsen aan den Westvoet van den Strahlegg-pas, trokken toen over den Schreckfirn en bereikten door een van de groote sneeuw-cotiloirs en langs de rotsen van den Zuid-westwand (waarschijnlijk Noordelijk gelegen van de tegenwoordig gevolgde route) het Schrecksattel en volgden toen (evenals thans geschiedt) den Zuid-Oost-graat naar den top. Zij waren om 11.40 boven, betrekkelijk nog vroeg, in aanmerking gegenomen het late vertrek.

Het moderne alpinisten-geslacht, dat tot de ontdekking' meent gekomen te zijn dat een groot deel der tegenwoordige gidsen aan een soort degeneratie-proces lijdende is, omdat zij een broertje dood hebben aan vroeg opbreken, en ook een steeds grooter voorliefde tot alcoholgebruik toonen, zal Stephen’s verhaal ongetwijfeld tot stille berusting stemmen. Hij had drie