is toegevoegd aan uw favorieten.

Jaarboek van de Nederlandsche Alpen-Vereeniging, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De helling is steil, wordt steiler steeds, en slechts langzaam volgen wij Amatter die treden hakt in de firn-sneeuw. Het wegruimen van de ijs-schilfers, de regelmatige in de ruimte verklinkende pickelslagen, zijn de eenige geluiden, die de stilte verbreken, een stilte die beklemmend hangt in deze geweldige berg-scheur, tusschen de donkere wanden, waarop het lantaarn-licht een spookachtig schijnsel werpt, ’t Is een spannend-romantische tocht door het nachtduister, dat ons als een ontastbaar iets gevangen houdt, waarin de afgelegde weg verzinkt, waarin de komende verborgen ligt. En hoog boven ons weten we als een voortdurende dreiging de ijstorens van den gletscher die plotseling kunnen afbreken en dan hun weg nemen door het couloir, waardoor ze in hun onberekenbare kracht omlaag vliegen naar de peillooze diepte onder ons, zóó dat de lawine-donder zal vergalmen in de nacht-stilte van het hooggebergte.

~Sind wir sicher hier, Amatter?’

„Jawohl Herr, als we maar dicht tegen den rotswand blijven, links van ons.”

Zijn verklaring stelt gerust, maar de spanning voor de steeds dreigende uitbarsting van dit schokkend natuur-taferecl, blijft. We voelen het als een obsessie, een onzichtbaar gevaar. Het was toch ook hier, dat Munz in 1886 door een lawine verongelukte. Je fantazie wordt opgezweept, boeit je geest, spant de zenuwen, laat je leven in een wereld, waarvan Verne of Aimard je in je kinderjaren deed droomen. En toch moet de aandacht zich concentreeren op het werk, waarbij geen misstap mag gebeuren.

Een uur klimmen wij zoo voort, tot de wanden elkaar al nader komen; dan wordt zoo snel mogelijk overgestoken en we bestijgen de rotsen, die het couloir (orografisch) links begrenzen. Het is een soort rotsgraat, die de afscheiding vormt tusschen hel Grosse-Couloir en den Schreckfirn. Ze zijn hier en daar met sneeuw bedekt, dat voorspelt weinig goeds, toch klimmen we gemakkelijk en snel omhoog en wenden ons na eenige minuten naar rechts tot we den Schreckfirn voor ons zien. Aan de grens daarvan nemen wij een welverdiende rust op een plek, waar, getuige de bekende verzameling blikjes