is toegevoegd aan uw favorieten.

De bergvriend; alpinistisch tijdschrift-tweemaandelijks orgaan Sektion Holland van de "Oesterreichischer Alpenverein", jrg 6, 1956, no 2, 1956

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met geen pen is deze tocht te beschrijven. Dit moet men zelf gezien en beleefd hebben. Van een weg was geen sprake. Het ging over grote stenen (granieten platen), langs meertjes en watervallen, over ontelbare sneeuwvelden en langs ijsschotsen die nog in de meertjes ronddreven, door dalen en langs steile wanden, een paar maal door een rivier (kousen en schoenen uit), twee maal over een hangbrug en dat alles langs rode merken, die zo fantastisch goed waren aangegeven, dat verdwalen onmogelijk was.

De afwisseling op het eerste en langste traject Nilsebuhut-Blafellhut was zo groot, dat we er eerder waren dan we dachten. Eerst liep de route een eind door het Storadal, daarna heette het de rivier oversteken „doorwaadbare plaats”, vervolgens ging het omhoog en tenslotte verder over het hoogste gedeelte van het bergmassief de Lusaheia.

De Blafjellhut was de kleinste hut. Ze bevatte drie kamertjes met elk vier slaapplaatsen, voorts een keuken en een eetvertrek. Bediening was er niet. Help u zelf maar. Kasten vol met levensmiddelen. Nescafé, blikjes melk, blikken vlees en fruit, letterlijk alles wat een toerist nodig heeft, was er. Of je maar wilde lezen wat het kostte, zei de rekening wilde schrijven en deze met het geld en het bedrag voor het logies maar verpakt in een daarvoor bestemde enveloppe in de in het eetvertrek aanwezige bus wilde deponeren. Primus met brandstof gratis, bij het logies inbegrepen. Welk een vertrouwen. Zo was het ook in de volgende hut, de Undeknuthut. Wederom plenty food; de hut groter, mooier, moderner. Op mijn vraag hoe de ravitaillering geschiedde, vernam ik dat dit per vliegtuig gebeurt, hetwelk op het meer bij de hut landt.

Na de Undeknuthut verandert het landschap enigszins. De enorme granietplateau’s worden hier afgewisseld door een jongere formatie, die hier dwars door Noorwegen loopt. Het terrein is geaccidenteerder, de route gaat waf meer op en af en de vegetatie neemt toe.

Prachtig mooi ligt de Stranddalhut, temidden dezer bergen, natuurlijk weer aan een meer met watervallen vlakbij. De Stranddalhut is ~bewirtschaftet”, evenals ook de laatste hut die we aandeden, de Sandsahut. Vriendelijke mensen en weer goede verzorging voor weinig geld; gebakken forellen bij het ontbijt!

Ons einddoel was Kvilldal aan het Suledalsvand (meer) in uur vanaf de Sandsahut te bereiken. Eerst loopt de route over een pas, daarna over almen met koeien en tenslotte door bos, steil naar beneden tot ± 100 m boven de zeespiegel, op welke hoogte Kvilldal is gelegen, een typisch Noorse nederzetting, zoals men die zo vele aantreft langs de fjorden en meren, bestaande uit slechts weinig huizen en wat boerenerven.

Vanaf Kvilldal namen we de middagboot naar Nesflaten aan de grote toeristenroute Stavanger-Odda-Hardangerfjord. Ongelooflijk voldaan streken we in Nesflaten in het enige aldaar aanwezige hotel neer.

Van Kvilldal kunt u ook terug keren per boot, bus en boot naar Stavanger. Wij verkozen echter nog iets meer van Noorwegen te zien en reisden van Nesflaten per bus, boot en trein verder naar Breifonn, Odda, Norheimsund, Eide, Ulvik, Erdfjord, het Fosslihotel met de beroemde Föringfoss, Tinse, Flam, Gudvangen, Voss en Bergen. Daar bleven we nog twee dagen om de stad te bezien en we namen tenslotte nog onvergetelijke indrukken mede naar Holland van Bergens Flpjeberg.

Ir K. A. Bazlen