is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, jrg 1, 1941, no 1, 1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kaars prestaties op kultureel gebied, zoowel in het verleden alsook speciaal in het heden.

De middelen daartoe : kunsttentoonstellingen organiseeren in beide landen. Op hoog peil staande Duitsche opera-, tooneel-, operette-voorstellingen, enz., naar ons land brengen. Door Duitsche geleerden enz. voordrachten en lezingen in Nederland over actueele, kunstzinnige en philosophische onderwerpen doen houden. In Duitschland soortgelijke bijeenkomsten tot stand brengen, waar Nederlandsche kunstenaars optreden en waar door Nederlanders van formaat belangstelling voor Nederlandsche kultureele waarden gewekt wordt. Uitstapjes, naderhand gemeenschappelijke reizen regelen, waarbij Nederlandsche en Duitsche leden der Gemeenschap gelegenheid krijgen elkaar nader te leeren kennen. In de groote steden van Nederland werkgemeenschappen stichten, in welker bestuur Nederlanders en Duitschers gezamenlijk zitting nemen en die zich ten doel stellen ter plaatse het Neder-

landsch-Duitsche contact op alle doeltreffende manieren te bevorderen. Zoo mogelijk op verschillende plaatsen van het land centra stichten, waar leden der Gemeenschap elkander regelmatig kunnen vinden en waar geregeld ongedwongen samenzijn mogelijk zal zijn.

Met voldoening kan worden teruggezien op de werkzaamheden der Gemeenschap in 't eerste halfjaar van haar bsstaan. In de eerste plaats zij vermeld, dat in dit korte tijdsbestek twee belangrijke tentoonstellingen van werken van Nederlandsche beeldende kunstenaars in Duitschland gehouden werden, terwijl te Amsterdam een tentoonstelling van Westfaalsche kunst kon worden geopend. Uit het uitvoerig bericht van het Algemeen Secretariaat der Gemeenschap verder in dit blad blijkt de ontwikkeling van onze jonge stichting en de veelzijdigheid van hare bemoeiingen over het geheele land.

Met dankbaarheid vermeld ik den steun, dien onze Gemeenschap van Rijkscommissaris Dr. Seyss Inquart en

van zoovele functionarissen van zijn bestuur heeft mogen ondervinden, terwijl het mij zeer verheugt bij onze werkzaamheden een vriendschappelijke verhouding met Secr.-Generaal Prof. Dr. Goedewaagen en zijn Departement van Volksvoorlichting en Kunsten te hebben zien groeien. Het nauwe contact met dit Departement waarborgt een vruchtbare samenwerking ook in de toekomst.

Ik wek alle leden onzer Gemeenschap en al diegenen, die met hare doelstelling sympathiseeren, bij dezen nogmaals op, hunne beste krachten aan den groei en den bloei van onze Gemeenschap te geven. Voor het Nederlandsche volk is een innige verstandhouding met het Grootduitsche Rijk sen levensvoorwaarde en naar mijne vaste overtuiging liggen in het ernstige streven der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap en in haar breeden opzet groote mogelijkheden om op den duur de zoo hoog noodige goede verstandhouding tusschen beide volkeren mede tot stand te brengen.

WORDT LID van de NEDERLANDSCH-DUITSCHE KULTUURGEMEENSCHAP