is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, jrg 1, 1941, no 3, 1941

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schuld ligt in den loop der achter ons liggende tijden aan beide kanten en het heeft voor ons geen zin daarbij lang stil te staan. Waar de levende generaties mede te maken hebben, zijn het heden van nu en de toekomst van morgen. Waar wij mede te maken hebben, zijn de wonden, die de rampzalige 5 oorlogsdagen na den lOen Mei in het bewustzijn van ons volk geslagen hebben, en met de middelen om die te heelen.

De menschen van onze dagen, die daarbij in zich de verantwoordelijkheid gevoelen voor hun medemenschen, moeten zoeken naar die wegen, die ons volk uit de zoo belangrijke innerlijke verwarring van het oogenblik leiden en die onze menschen een steun kuimen zijn bij de innerlijke ontwikkeling, die ieder welswaar voor zichzelf moet doormaken, maar waarbij zij kunnen geholpen worden bij het hervnden van een houding t.a.v. de problemen, die de 20ste eeuw, onze eeuw, voor alle bewoners van Europa opwerpt.

Voor het Nederlandsche volk, zooals ook voor de andere Germaanschie volkeren, ligt de sleutel tot het begrip voor deze problemen onzer eeuw in de eerste plaats in de verhouding tot het Duitsche volk, in een begrijpen van de ontwikkeling, die dit volk sedert den wereldoorlog en het schandelijk tractaat van Versailles heeft doorgemaakt, in een begrip voor de waarlijk grootsche, heldhaftige wederopstanding, die een terneergeslagen Duitschland binnen het verloop van een kwarteeuw kon beleven. Deze wederopstanding, de sterke gedachten en de wil van den man, die in de eerste plaats deze wederopstanding heeft geleid, hebben een boodschap voor alle Germaansche volkeren, ook voor het Nederlandsche.

De Kultuurgemeenschap wil, met de innerlijke overtuiging en de wetenschap, dat wat het noordelijk deel, het Germaansche deel van Europa, betraft, de in Duitschland ontwaakte krachten beslissend zijn voor de toekomst van onze kinderen en kindskinderen, ons volk helpen bij het hervinden van zijn evenwicht in de veranderde omstandigheden in ons werelddeel en daarbuiten.

Wij willen in Nederland toonen, wat er op het gebied der kuituur in Duitschland wordt gebracht, theatervoorstellingen, lichte en ernstige, voordrachten over kultureele en actueele onderwerpen, muziekuitvoeringen, tentoonstellingen, enz. Wij willen over het geheele land bijeenkomsten houden, cellen vormen, waar Nederlan-

ders en Duitschers samenkomen en zich onderling uitspreken. Wij willen daarenboven in Duitschland begrip aankweeken voor het Nederlandsche volkskarakter, voor den Nederlandschen volksaard. Wij willen uitingen van het Nederlandsche kultureele leven naar Duitschland brengen om waardeering aan te kweeken voor wat wij op cultureel gebied presteeren, voor de rol, die Nederland in het verleden heeft ingenomen, voor orme vaderlandsche muziek, onze schilderkunst. Wij willen in Duitschland aanschouwelijk bewijzen, dat het Nederlandsche volk ook thans iets te zeggen heeft en een rol wil spelen bij den opbouw van het nieuwe Europa.

Zoo wil de Kultuurgemeenschap over het geheele land een organisatie opbouwen, in welke alle lieden, die mede willen helpen aan dezen opbouw, aansluiting kunnen vinden aan welwillende menschen met een gelijk gericht streven, die op een basis van wederkeerig gelijke rechten een innige verstandhouding tusschen de buurlanden tot stand willen brengen. Het gebied der kuituur is een gebied, dat zich voor dit werk juist bijzonder leent. Men stelt het wel eens voor, alsof de kuituur slechts kan bloeien in tijden van gezapige rust en vrede, maar de historie leert ons anders. In de fel bewogen tijden, die de menschheid op zijn langzame ontwikkeling moest en nog moet doormaken, worden op hel gebied der kuituur juist de formidabelste prestaties verricht. Wanneer men denkt aan de Middeleeuwen, aan den hardvochtigen tijd van kruistochten en hevige onderlinge twisten, dan zijn het de Gothische kathedralen, die tot in onze dagen monumenten blijven van een innige geesteshouding zooals die na dien wellicht niet meer werd overtroffen. Wanneer men denkt aan de woelige tijden der hervorming, met de bloedige godsdienstvervolgingen door heel ons continent, dan bestaan stralend als herinneringen aan een heroïschen tijd de beerlijkste kunstwerken nog in onze dagen in alle kultuurcentra van dien grootschen omwentelingstijd. Wat ons eigen land betreft, de z.g. Gouden Eeuw, met een opeenhoping van talentvolle en meer dan talentvolle, geniale kunstenaars. Die Gouden Eeuw was een eeuw van manhaftigen strijd van het Nederlandsche volk en gelooft mij, ook thans staan wij midden in een nieuwe ontwikkeling van de Europeesche menschheid, waarin op kultureel gebied grootsche dingen worden en nog zullen worden gepresteerd. In Duitschland kan men op het gebied van de architectuur en van de beeldhouwkunst reeds aanwijzingen vinden voor een begin van een grootsche kultuurepoche. Ik denk aan de massale in hun gigantische afmetingen sterk imponeerende stadions, monumentale pleinen, enz., in vele steden van het Rijk en aan het werk van beeldhouwers als Breker, Tborak, Klimsch, KoLbe en Scheibe.

Wij weten dus, dat wij door een veelzijdige kultuuruitwisseling het publiek nader kunnen brengen tot een begrijpen van het gebeuren in onze eeuw, van den dieperen zin, die in deze ontwikkeling ligt.

Ik weet, dat er op het oogenblik nog velen in den lande zijn, die ons niet kunnen of willen begrijpen. Ik weet, dat er velen zijn, die meenen, dat het nog te vroeg is om zulke plarmen tot verwezenlijking te brengen. Lieden, die uit zouden willen stellen tot na den oorlog. Anderen, die het streven van de Kultuurgemeenschap bespotten of verdacht maken. De leiders der Gemeenschap in alle deelen des lands, waar reeds werkgemeen-

De Heer H. C. van Maasdijk tijdens zijn rede