is toegevoegd aan uw favorieten.

De Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap = Die Niederländisch-Deutsche Kulturgemeinschaft; orgaan der Nederlandsch-Duitsche Kultuurgemeenschap, 1943, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Palmira Vitali Marini singt die Maddalena in „Rigoletto” und Suzuki in „Butterfly”

Elda Ribetti: die Gilda in „Rigoletto

ons volk zich moet inspannen en zijn offers heeft te brengen, begrepen en gewild dat aan de Neders landsche bevolking ook het geestelijke voedsel niet ontbreekt en dat de kunst hier te lande de hooge plaats blijft innemen die haar steeds is. toegeres kend en die ook door Nederlandsche kunstenaars door de tijden heen, op hooger peil werd gebracht.

Ook Italië voldoet thans aan de eischen van de totalitaire oorlog. Desniettegenstaande beeft bet zich als een eer aangerekend, ook bet Operas seizoen 1943 op de waardigste wijze te verzorgen. Het zal de operadiefbebbers in ons land voldoende zeggen, indien wij even vermelden, dat de opvoes ringen gedirigeerd zullen worden door de maestri Mario Rossi en Fdmondo da Vecebi, die reeds bun sporen in ons werelddeel verdienden. Voor meer ingewijden zal bet bericht van deelneming der artisten: baritons Stabile en Borgioli, tenoren Tagliavini, Filippescbi, Albanese en Romano en de sopranen Perris, Tassinari en Ribetti ongetwijj feld ook een even blijde als onverwachte aankon« diging zijn.

Laten wij hopen, dat deze krachtinspanning van Italiaansebe zijde, op de juiste wijze zal worden gewaardeerd; een woord van oprechten dank voor wie aan de totstandkoming dezer operawoorsteL lingen medegewerkt beeft of deze bevorderd heeft.

en in de eerste plaats aan de Duitsehe autoriteiten, is o.i. tevens wel hier geheel op zijn plaats.”

Das Ensemble, das den „Falstaff”, die letzte meisterhafte Sehöpfung Ver dis aufführen wird, ist das der Mailander Scala; der Bariton Mariano Stabile gilt in Italien und in allen Landern als der beste Darsteller des Falstaff und ist in Hoh land sehon durch eine frühere Aufführung dieser Oper bekannt.

Mit ibm singen die Soprane Finesebi und For« tunati, die Mezzosoprane Canali und Barbieri, die der jüngsten Generation angebören und im „Cem tro di Avviamento al Teatro Lirieo” in Florenz ausgebildet wurden, einer Scbule die unter Leitung des Intendanten Mario Labroca der italieniscben Oper sehon manche berübmten Sanger und Sanges rinnen scbenkte, wie z.B. den Tenor Tagliavini, der in Bobeme als Rudolf auftreten wird, den Sopran Rovero, den Bariton Beebi und zablreicbe andere, die zu den besten Italiens geboren.

Dirigent des Falstaff ist Maestro Mario. Rossi, standiger Dirigent des „Maggio Musicale Fiorem tino”, bekannt und gescbatzt in Deutscbland, wo er z.B. im Deutscben Opernbaus Berlin, in Wien, Dresden, Essen und Freiburg mit grossem Frfolg dirigierte.