is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ut

TIJDSCHRIFT VOOR OPVOEDING EN ONDERWIJS

4e JAARGANG 9 HERFSTMAAND – SEPTEMBER 1944

No. 10

Opstelraad:

Koningin Mariastraat 24, ’s-Gravenhage Tel. 722548. Tel.-adres Avlon. Giro 452370 (t.n.v. Avlon) Copy, correspondentie, abonn.gelden uitsluitend aan bovenstaand adres. A. Lapperre, 's-Gravenhage, Hoofdcpsteller G. F. Vlekke, Nijmegen C. Brouwer, Amsterdam

Advertentie-administratie: Oude Gracht 172, Utrecht. Tel. 11851 Inzending advertenties tot Maandagmorgen Ie post in de week van verschijnen.

INHOUD VAN DIT NUMMER:

Clappers ende Clappeyen, door Anna Bijns pag. 182 Een stem van de overzijde, door C. Brouwer ~ 183 Revolutie in de opvoeding, door P. N. Dezaire ~ 184 Kameraad Hettema benoemd tot burgemeester, door Prof. Dr. J. Jeswiet ~ 185 Bolschewistische opvoeding van de yeugd, door M. Wladimirow .. ~ 186 Stijl, door Dr. M. H.Werther ~ 190 Het Sophisme van dezen tijd, door

Drs. J. de Hoog ~ 191 Richtlijnen voor de biologische waardeering van de verschillende takken van sport IV, door Joh. Bongertman ~ 194 Recht en wet ~ 195 Departementale berichten ~ 196 Personalia ~ 196 Lijst van vacatures ~ 197 In den Regen, door Anna Sutorius ~ 200

BIJ DE VOORPLAAT

Jongen uit Franeker.

Wij hopen onze jeugd voor de ~bezprizornijje" en de ~komsomol" te sparen. Voor Nederland is er maar één oplossing: opvoeding in volkschen geest.

i EEK STEM VAK DE OVERZMDE

ederland heeft tegenwoordig twee onderwijsautoriteiten. Behalve de Secretaris ■LN Generaal voor Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming bezitten we nog een Minister voor Opvoeding, Kunsten en Wetenschappen. Zeer velen zullen wel niet (meer) weten wie dit is, maar dat doet er niet toe: hij is, er en laat zoowaar nog van zich hooren ook.

Radio Oranje heeft dezen minister gelegenheid geboden om tot het N’eder-Izndsche volk te spreken. Ik heb natuurlijk zelf niet geluisterd, maar er zijn menschen, die ambtshalve toehooren en die hebben mij verteld wat de heer Bolkestein omtrent de onderwijsaangelegenheden-na-onze-bevrijding in het midden had gebracht. Het komt hierop neer:

Nadat de Duitschers hier verdreven zullen zijn, zal het Nederlandsche Onderwijs en de Nederlandsche Opvoeding geheel op Amerikaansche leest geschoeid worden. Want... de minister had een studiereis naar Amerika gemaakt en daar op het gebied van Opvoeding en Onderwijs zóóveel heerlijks gezien, dat hij er verheerlijkt van was geworden. En dus ... zullen we straks van onder af veramerikaniseerd worden. Want dat beteekent het toch nietwaar, anders zouden we den invloed van onderwijs en opvoeding volkomen bagatelliseeren.

Toen ik deze uitspraak van den heer minister vernam, dacht ik direct aan een andere toespraak, ook van een minister, een paar maanden geleden. De Nederlandsche Minister van Buitenlandsche Zaken te Londen betoogde toen, dat Nederland te klein is om verder op eigen beenen te staan en dat we daarom aansluiting moeten zoeken bij een grooteren broer. Deze grootere broer is niet Duitschland, zooals men natuurlijkeiwijze zou kunnen denken, maar „G-ods Own Countiy” aan de overzijde van den Atlantischen Oceaan. De logica ontgaat me, maar er is door den heer Van Kleffens toen eerlijk bijgezegd, dat we op die wijze een bruggenhoofd in Europa konden vormen voor.. . Amerika.

Nogmaals dus Amerika. Het gaat er dus op lijken, dat we straks zullen blijven voortbestaan bij de gratie van Ameiika.

Maar goed, wc zullen dan óók op zijn Amerikaansch worden onderwezen en opgevoed.

Afgezien nog van het feit, dat de Amerikaansche mentaliteit zóó volkomen verschillend is van die van ons eigen volk, dat ons volk die veramerikaniseering in zijn gróote meerderheid niet zal kunnen slikken, moeten we ons toch ernstig afvragen óf we van de invoering van dat Amerikaansche opvoedings- en onderwijssysteem nu werkelijk beter kunnen worden.

Ik nam juist één dezer dagen kennis van een berichtje uit Engelsche -bron, ■waarin stond, dat er in Amerika zooveel recruten voor den militairen dienst moesten worden afgekeurd wegens . . . analphabetisme. Het is bekend, dat er geen land ter wereld is dat, zóó modern als Amerika, zóóveel analphabeten telt.

En het is ook bekend, dat de jeugd-criminaliteit in Amerika zóó ontzettend hoog is, dat wij er, zelfs in dezen oorlogstijd, op geen stukken na bij kunnen. Zijn we dan vergeten, dat er ook hier in ons land vóór 1940 vertalingen verschenen van bekende Amerikaansche kinderrechters, die hun stem verhieven tegen de jeugdverwording en pleitten voor de herziening van het opvoedingssysteem ? Amerika is een technisch hoog ontwikkeld land. En het is een technisch hoog ontwikkeld land, omdat het bij uitstek een kapitalistisch land is. Het één past bij het ander, maar beide zijn het gevolg van de middelpuntvliedende kracht, die de consequent individualistische wereldbeschouwing der Amerikanen met zich meebrengt.

Niemand zal den „glans”, die van deze technische ontwikkeling afstraalt, willen ontkennen, maar wie even dieper nadenkt zal moeten erkennen, dat bij de verafgoding van geld en techniek de menschelijke ziel te gronde gaat en dat er dus in laatste instantie slechts vedies te boeken is.

Het Amerikanisme kon slechts in Amerika ontstaan, omdat dit land een conglomeraat van rassen is en aan de verbastering is overgegeven. En aan deze verbastering zal het ook ten gronde gaan. Daarom zal het Amerikaansche opvoedingssysteem er in ons vaderland ook nooit ingaan. Om deze reden, dat ondanks alles ons volk een rassisch getint „volk” is. En het moge dan al – helaas een heel eind op de glijbaan van het individualisme naar beneden gerold zijn, we hebben toch wel zooveel vertrouwen in de inwendige kracht van ons volk, dat het op een zeker oogenblik weer tot zich zelf zal komen. En in dat geval ben ik er van overtuigd, dat het zich dan van het Amerikanisme zal afwenden en van het Amerikaansche opvoedingssysteem niets zal moeten hebben.

Wij verlangen geen dronken schooljeugd van 14 jaar en geen kameraadschapshuwelijken op de H.B.S. Wij voelen niets voor gangstersbenden, waar ook de jeugd deel van uilmaakt en we voelen er ook niets voor om onze volksjeugd in de kroeg te zien zitten, noch te weten dat de beter gesitueerde jeugd zich „uitleeft" in gesloten gelegenheden. In den grond van de zaak spuwt ons volk op de Amerikaansche Jazz- en film-mentaliteit, die bij ons de „girls” en de „sorry mannekens” in bet leven geschopt hebben.

Zeker, het opvoedings- en onderwijssysteem zal ook in ons land verandering moeten ondergaan. De verandering van onze volksmentaliteit zal dit eischen. Maar die verandering zal toch zoodanig plaats vinden, dat het nieuwe opvoedings- en onderwijssysteem zal aansluiten bij onzen eigen volksaard en ook uit dien volksaard zal voortkomen, m.a.w. we streven naar een opvoeding in volkschen geest. leder ander opvoedingssysteem is uit den booze.

C. BROUWER