is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1943, no 2, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPVOEDING IW VOLKSCHEN GEm

ORGAAN VAN HET OPVOEDERS GILDE

No. 2 3e Jrg. 8 Bloeimaand (Mei) 1943 Verschijnt eiken Zaterdag Uitgave: NENASU, Postbus 58, Utrecht, Telef. 11851 – Giro 407915 t. n. v. Volk en Vaderland

Hoofdopsteller: W. Th. de Boer – ’s-Gravenhage Opstelraad: Dr. G. de Gelder en Dr. W. F. de Groot Wnd. Secretaris van den Opstelraad: J. Hettema, Thorn Prikkerlaan 46 – 's-Gravenhage Organisator: I. T. van Helen – 's-Gravenhage

MUSISCHE OPVOEDING

DOOP T. VAN LEENING

Overgenomen uit Nieuw Nederland – Maart 1943[- No. 3

Paedagogische verdeeldheid

In iedere periode van zijn bestaan kent men een volk aan den vorm zijner opvoeding. Door eeuwen heen stond daarbij de mensch als individu in het middelpunt der belangstelling, waarbij nu eens religieuze, dan weer kultureele of politieke machten en bewegingen den vorm dezer opvoeding bepaalden.

Eerst met de groote nationaalsocialistische revolutie, die thans over Europa gaat, zien wij daarin verandering komen, treedt de mensch als individu op het tweede plan en zien wij het doel der opvoeding meer gericht op het volk in zijn geheel.

Het is voor velen de meest innerlijke strijd, dien zij moeten doormaken zich op deze secondaire plaats in het leven terug te moeten trekken en zich te voegen naar de, 'bekende woorden: Du bist nichts, itt

En toch, wie deze woorden goed verstaat, zal inzien, dat juist in deze uitspraak de beteekenis van den mensch als individu naar juiste waarde wordt bepaald, dat juist in deze schijnbare achteruitzetting de persoonlijkheid aan waarde wint, en in de toekomst steeds hooger in waarde zal stijgen, naarmate de mensch zijn dienende functie in de volksgemeenschap meer en meer bewust wordt. I

Dit belang der volksgemeenschap niet alleen voor dezen tüd. I

Plato en voor hem Sokrates trokken reeds te velde tegen het grenzenloos subjectivisme der Sophisten in wier leer zij een gevaar zagen

voor een geordend gemeenschapsleven.

Het zou echter nog eeuwen duren alvorens in meer bewusten vorm de opvoeding van de jeugd op het belang der volksgemeenschap werd gericht. Voor dien tijd zien wij een verdeeldheid in de opvoeding, die naar de begrippen van religie, stand, geestelijke welvaart of ook wel beroepsbelang, iedere ware op de volksgemeenschap gerichte „einheitliche” opvoeding in den weg blijft staan.

Het zijn de op deze begrippen steunende machten en bewegingen, die in vroeger eeuwen een aantal scholen in het leven hebben geroepen om door een strenge opvoeding in gemeenschap te komen tot de vorming van een bepaald menschentype, dat de aan deze machten en bewegingen ten grondslag liggende ideeën later had uit te dragen. Vooral in Duitschland was dit aantal zeer groot. Onder deze z.g.n. „Gemeinschaftserziehungsstatten” moeten de „Kloosterscholen” wel tot de oudste gerekend worden. Zij dateeren uit den Frankischen tijd, hadden een zuiver godsdienstig karakter, terwijl haar opvoedingsideaal bestond in de vonning van den

mensch voor het leven hiernamaals. In den tijd der „Reformatie” ont- ( staan echter nieuwe scholen, die een meer voor dit leven bestemd „humanisme” voorstonden en voor bijzonder bekwame onderdanen een goede en fijn beschaafde ontwikkeling nastreefden. Van deze in humanistisch-protestantschen geest opgebouwde inrichting zijn er in Duitschland nog enkele te vinden.

Later ontstaat in Duitschland een nieuwe gemeenschapsorde met een naar zekere standen gericht beschavingsideaal, waarvan de z.g.n. „Ritterakademien” een uitvloeisel waren, terwijl weer later de „Herrenhuter Anstalten” een gevolg waren van het verzet tegen velerlei religieuze leegheid en een meer onberispelijk religieuze en zedelijk op de proef gestelde levenshouding voorstonden. Noemen wij tenslotte nog de z.g.n. „Philantropine”, scholen in meer nationalen geest, met het doel opvoeding tot een verstandig en natuurlijk leven, wier menschelijkheidsideaal evenwel niet strookte met de volksche- en staatkundige begrippen van dien tijd, dan was het niet te verwonderen, dat ook deze langzamerhand verdwenen en daarmede aan de reeks van internaten voorloopig een einde kwam om plaats te maken voor het in het begin der ige eeuw optredend individualistisch-klassisistisch vormingsideaal van Humboldt, een opvoedingssysteem door z.g.n. „huisleeraren” waarvan Schiller, Hegel, Hölderlin, e.a. de belangrijkste waren. Ook in Gerhards opvoedingssysteem herkent men den huisleeraar.

Inhoud:

Musische opvoeding – Onze jongens en meisjes op één school? – Het Nationaal-Socialisme als grondslag voor een nieuwen opbouw der lichamelijke opvoeding

– Heiligschennis in Dorre Grond – Boekbespreking – Gildenieuws – A.V.L.O.N. ■ " ~ .... Ilii ■ , illlllii