is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OPVOEDING IN VOLKSCHEN GEESI

ORGAAN VAN HET OPVOEDERS GILDE

No. 22 3e Jrg. 25 Herfstmaand (Sept.) 1943 Verschijnt eiken Zaterdag Uitgave: NENASU, Postbus 58, Utrecht, Telef 11851 – Giro 207915. Adm.: Oude Gracht 172-176, Utrecht.

Wnd. Hoofdopsteller: I. T. van Eelen – ‘s-Gravenhage Opstelraad: Dr. G. de Gelder en Dr. W. F. de Groot. Wnd. Secretaris van den Opstelraad: J. Hettema, Thorn Prikkerlaan 46 – ’s-Gravenhage Organisator: I. T. van Eelen – ’s-Gravenhage

VDohqaan lai qosid dom ooiqm

Het heeft er allen schijn van, dat de meeste menschen bij lezen alleen aan de oorspronkelijke beteekenis van het woord denken en die toepassen: het op- of uitlezen, het bloote verzamelen van letterteekens. Ook dan nog is dat een kunst en menigeen heeft zich moeilijkheden op den hals gehaald, omdat hij niet nauwkeurig de letterteekens verzamelde en daardoor den inhoud van het stuk, dat voor hem van belang was, niet voldoende in zich opnam.

Wat lezen onze'leerlingen vaak half en begrijpen zij daardoor niet, wat er staat! De controle daarop is moeilijk. Door vragen naar den inhoud, door het mondeling of schriftelijk laten weergeven dwingt men hen althans tot meer inspanning. Het is een groote kunst als opvoeder ook bij dat statarisch lezen de belangstelling levendig te houden. Zoo’n les is moeilijk en het is wel een verschijnsel van den demo-liberalen tijd, dien we achter ons hebben, dat de zoogenaamde „doorrenboekjes” hun intree in de school deden. Ze hebben dit groote nadeel, dat ze de oppervlakkigheid van den jongen gebruiker in de hand werken. Vandaar ook, dat zoovelen slechte schriftbeelden bezitten. Hoe hebben wij ouderen leien vol overgeschreven en al was de lei nu juist niet het geschikte instrument voor verbetering van de hand, aanmoedigingen en belooningen prikkelden tot zorgvuldig schrijven, zoowel wat inhoud als wat lettervorm betreft.

Die doorrenboekjes hebben nog een ander bezwaar, dat wel het voornaamste is: vele onderwijzers hebben gemeend, dat het niet zoo op den juisten toon aankomt en de echte kunst van lezen is er nog meer door in het gedrang gekomen. Ontstellend is het, hoe slecht er in vele hoogste klassen van de lagere school wordt gelezen. In het minimaal aantal uren. dat voor elk vak op den lesrooster van de inrichtingen van het voortgezet onderwijs is uitgetrokken, is het zeker niet mogelijk op een goeden leestoon te letten. Het effect van de enkele, we mogen wel zeggen sporadische pogingen om een goede voordracht aan te kweeken door schouwburgbezoek of door het laten optreden van een declamator is gering (we laten natuurlijk buiten beschouwing, dat de jeugd dan kennis neemt van de voortbrengselen van onze literatuur en leert boe zich in den schouwburg te gedragen zonder ritselende bonbonzakjes en intieme kletspraatjes). Het resultaat is, dat onder ons volk het „aesthetisch lezen” verloren dreigt te gaan.

Ook waar men mag verwachten een goede voordracht te ontmoeten, van den kansel, op lezingen of door de radio, is het in vele gevallen een desillusie. Wie zijn radiotoestel of zijn distributie-luidspreker voor de nieuwsberichten aanzet, krijgt in de meeste gevallen allesbehalve een les in mooi lezen. We willen niemand krenken, maar wat wordt er soms zwaar gezondigd tegen de meest elementaire begrippen van een goede voordracht. Juist de radio zou een middel kunnen zijn om den luisteraars in deze eenige opvoeding te geven. Dat dagelijks uit den luidspreker geestelijk geïnjecteerd worden met allerslechtst voorgelezen nieuwsberichten of verslagen kan toch zeker vervangen worden door een verzorgd weergeven van wat de

pers ons verstrekt en van wat beleefd is. Waarom geen voordrachtskunstenaar bij dat werk voor de microfoon gezet, althans iemand, die het „hardop lezen” als kunst beoefent! Ook dat gesproken woord moet kunstvol geboden worden.

We keeren nog eens tot de school terug. Van alle onderwijzers of leeraren kan niet gevergd worden, dat ze het ver in de kunst van voordragen hebben gebracht, maar waarom dan niet de moderne techniek te hulp genomen: de gramofoon? Wat zijn er mooie platen met goed gesproken gedichten en stukken proza in den handel! Wanneer verschillende scholen in combinatie het benoodigde aanschaffen (en dat is nog te krijgen), zyn de kosten betrekkelijk gering en van het resultaat zal men opkijken. We moeten de gevoelige periode voor het opnemen van harmonische klanken in de uiting door het woord, welke periode al vroeg begint, niet onbenut laten, zeker niet bij het lezen. Dit onderdeel van de „musische vakken” moet zeer ernstig in de school beoefend worden.

Ook dit is een taak voor ons, Nationaal-Socialisten, deze volksche kunst, die in onze gewesten op zoo’n hoog peil heeft gestaan (denk aan de Rederijkerskamers en aan de Leesgezelschappen) uit zijn verval op te heffen!

L. M. V. d. SLUIJS

INHOUD;

Goed voorgaan zal goed doen volgen Opvoeding, Toekomst en Sport onzer dochters Gildenieuws A.V.L.O.N. Lijst van vacatures.

3e JAARVERGADERING VAN HET OPVOEDERSGILDE

Op Zaterdagmiddag 2 October a.s. houdt het Opvoedersgilde zijn derde jaarvergadering in het N.V. Huis op de Oude Gracht te Utrecht. De vergadering begint om 14.30 uur. Op veler aanwezigheid rekenen wy. In verband met den aansluitenden maaltijd sture men tijdig bericht van deelname aan het Secretariaat: Thorn Prikkerlaan 46, Den Haag.