is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1943, no 47, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienst, die daardoor zijn taak als stuwer van onze volkskracht volledig kan vervullen.

De Nederlandsche Volksdienst wil dus ons volk een zoo gezond mcgelijke levensbasis verschaffen, om zoodoende onder de wisselingen van het lot sterk te staan en de bestaansvormen te veroveren en in stand te houden, die met zijn aa’-d en afstamming in overeenstemming zijn.

De Nederlandsche Volksdienst heeft in beginsel dan ook niets gemeen met instellingen van liefdadigheid of barmhartigheid. Deze charitatieve instellingen gaan immers uit van het individu als een op zichzelf staande grootheid, waarmee men in geval van ziekte of gebrekkigheid medelijden kan hebben of begaan kan zijn. De Volksdienst echter ziet den persoon als drager van de generaties, als medevernieuwer van het volk en meet zijn hulp af naar de beteekenis, die deze persoon als zoodanig heeft. De drijfveer tot handelen is, zcoals gezegd is, bij den Volksdienst dus ook nimmer een gevoel van medelijden, maar uitsluitend het bewustzijn van plicht tegenover ons volk.

Aangezien het gezonde gezin de kern vormt en ook de bron is van het volksleven, groepeert de Volksdienst zich voornamelijk rondom het gezin. Het contact met de gezinnen wordt juist in hoofdzaak tot stand gebracht door de vrijwillige medewerkers en medewerksters als blok-, wijken buurtschapshoofden, de sociale werksters en verder door de genoemde hulpposten „Moeder en Kind”.

De gezinsverzorgsters en huishoudelüke helpsters, die voorts zijn ingeschakeld, vervullen hun taak in gezinnen, waar de moeder door ziekte of zwangerschap tydelijk niet in staat is, haar werk te doen en zelf niet voor hulp in de huishouding kan zorgen, terwijl de verpleegsters in dit geval de zieke of zwangere moeder verplegen.

Op de hulpposten „Moeder en Kind” vinden ook de keuringen plaats voor de kinderuitzendingen naar bosch en heide in ons eigen land of naar gastvrije pleegouders en kindertehuizen in de bosschen of bergen van Duitschland, zulks ter beslissing van den keurenden arts. Dfeze toch kan het beste becordeelen, welke omgeving voor de gezondheid van een bepaald kind het meest in aanmerking komt.

Van zeer veel belang is jeugdtandverzorging, die de N.V.D. in verschillende plaatsen van ons land, vooral kleinere, ter hand heeft genomen. Immers een slecht gebit geeft aanleiding tot de meest verschillende ziekten en werkt daardoor ondermijnend op de volkskracht. Vooral in ons land is het slechte gebit een ware, volksziekte en het is dan ook dringend noodzakeljjk, dat hier met kracht tegen opgetreden wordt. Goede voorlichting kan hierbij veel kwaad verhoeden.

Niet alleen de zuigeling of het schoolgaande kind heeft de belangstelling van den Volksdienst, maar ook de kleuter, die de eerste stappen zet op den weg naar de groote menschengemeenschap. Daarvoor worden de N.V.D.-kleuterverblijven opengesteld, die reeds in verschillende plaatsen van ons land zijn ingericht. De handen van de moeder komen hierdoor vrij voor ander werk, terwijl de kleinen onder leiding van de kinderverzorgsters worden bezig gehouden en gezonde ontspanning genieten.

Naar aanleiding van deze opsomming, waarmede wij geenszins volledig hebben willen zijn, zou men misschien toch nog tot de conclusie kunnen komen, dat de Volksdienst een instelling is, waarbij de hulpverleening op de eerste plaats staat. Niets is echter minder waar. Het is de taak van den Volksdienst, ons volk gezond en sterk te maken en te houden, zoodat het onder alle omstandigheden zichzelf kan helpen. De nadruk ligt dan ook niet op de wederzijdsche hulpverleening, maar op de zelfhulp, op de positieve, actieve krachten in het volk en dus van eiken volksgenoot op zichzelf. Pas wanneer deze door overmacht zelf niet meer uit de moeilijkheden kan komen en ook het gezin of de familie, waartoe hij behoort, hem niet veraer kan helpen, grijpt de Volksdienst in en verleent hulp.

EXPERIMENT MET DE WINTERHULPBUS OP DE GEM. NIJVERHEIDSSCHOOL TE BREDA

Midden November 1943 ontving ondergeteekende, evenals de andere collega’s, een schrijven van het plaatselijk hoofd van den Ned. Volksdienst met het verzoek, om 1 % van het salaris, gedurende 3 maanden, voor Winterhulp af te staan.

Terwijl ik hierover nadacht, kwam ineens de gedachte bij mij op, ook de leerlingen voor dat doel te laten offeren. Het plaatselijk hoofd van den N.V.D., den Wethouder

van Onderwijs, verzocht ik een bus te mijner beschikking te stellen. Dit verzoek werd toegestaan. Dat die bus door de leerlingen met gemengde gevoelens werd ontvangen spreekt wel vanzelf. Na uitvoerig te hebben uiteengezet wat het doel en streven van den N.V.D. en Winterhulp was, heb ik een der leerlingen met de bus doen rondgaan en.... het lukte. Er werd spontaan geofferd. Ik kon goed waarnemen, dat de jongens trotsch waren op hun daad, want met glunderende gezichten werd het geld in de bus gestept.

Die uiteenzetting over Winterhulp en den N.V.D. werd 10 keer gehouden, want ik heb n.l. vijf Ie en vijf 2e klassen metaalbewerkers per week; ruim 250 leerlingen. Het resultaat was die eerste week boven verwachting.

De tweede week begon de misère. De stiekeme saboteurs kwamen in actie en het resultaat was hiermee evenredig. Bij een tweede klas (de slechtste klas wat ijver en gedrag betreft) waar eenige jongens communistische ideeën hebben, al weten zij het mogelijk zelf niet, ging ik, toen ik de leerlingen bijeen had om uitleg te geven voor het maken van een werkstuk, zelf met de bus rond. Wat ik verwacht had, gebeurde. Er werd collectief geweigerd. Toch stond ik een oogenblik perplex. Na de bus neergezet te hebben, haalde ik zelf geld voor den dag en deponeerde het in de bus, met de uitspraak: ~De armsten onder jullie volksgenooten zullen geen schade lijden van jullie egoïstische Christelijke naastenliefde”. Hun verrassing was toen zoo groot, dat zij het schaamrood op de kaken kregen en met hun figuur geen raad wisten. Bij hen heb ik het niet weer geprobeerd. Bij de tweede collecte ga ik de proef nog eens nemen. De oorzaak van den geringen offerzin bij de andere klassen had ik al spoedig in de gaten. Er werd n.l. onder de leerlingen verteld, dat de N.S.B. tien procent van het opgehaalde geld kreeg. Een pracht onderwerp om over te spreken. Nu weten 250 jongens ook, hoe de offervaardigheid van die gehate N.5.8.-ers was. Van de goud om staal actie konden ze bijna geen begrip krijgen.

Ik kreeg de vormingsonderwerpen op een presenteerblaadje van de jongens. Het resultaat was al even verrassend. Ik had de leerlingen medegedeeld, dat de bus niet meer gepresenteerd mocht worden, doch indien zij behoefte hadden om een goede daad te verrichten, zij naar mijn lessenaar mochten gaan om wat in de bus te stoppen. Nadat ik mij even had verwijderd, maar toch zoo dat ik het geval in de gaten had, nam een der jongens de bus en ging er vlug mede rond, met als gevolg 23 bijdragen voor Winterhulp. De jongens deden toen net of er niets aan de hand wa's. Ik natuurlijk ook. Toch kon ik merken, dat zij binnenpretjes hadden, dat zij mij even te pakken hadden gehad.

Bij een andere klas was de reactie na mijn verbod om met de bus rond te gaan weer anders. Ik bemerkte echter spoedig, dat er iets broeide en op een gegeven oogenblik leek het of iemand aan een touwtje trok. In een ommezien stonden de jongens in rij achter elkaar en marcheerden langs mijn lessenaar. Van de 23 leerlingen brachten er 22 een offer voor Winterhulp. Nadien gaat het crescendo. De inhoud van de bus bedroeg over bijna vier weken de som van ƒ 23,81%.

Wat ik het voornaamste van alles vind is dit: De jongens zijn op de hoogte met de doelstellingen van Winterhulp en N.V.D. Zij hebben een ruimen blik gekregen op de Nat. Soc. Beweging in Nederland en op hetgeen deze uit liefde voor ons volk doet en in de toekomst nog zal doen.

Ik ben overtuigd den offerzin bij de leerlingen te hebben aangekweekt. De nationale trots en eer is bij deze gelegenheid sterk aahgewakkerd en toch heb ik niet aan politiek gedaan!!!

Veel heb ik met dit experiment geleerd en ik kan het allen Gildeleden, die bij het Openbaar Onderwijs werkzaam zijn, met warmte aanbevelen. Onze jeugd is hiervoor uitstekend materiaal. Wij kunnen er, mits bezield met een ideaal, het beste van maken. Op de bijzondere scholen zal de proef hoogstwaarschijnlijk niet worden toegelaten, omdat de presidenten en voorzitters van schoolbesturen van deze naastenliefde niets moeten hebben.

Toch ben ik van meenlng, dat het wel den langsten tijd geduurd heeft en ook daar zal de boel wel op zijn pootjes terecht komen. B.