is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1943, no 48, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OrWN IN H(IN gENT

Opsteller r J. Hettema —■ Vinkeveen Opstelraad: Dr. G. de Gelder en Dr. W. F. de Groot

ORGAAN VAN HET OPVOEDERSGILDE

Wnd Secretaris van den Opatelraad: (—» J. Hettema, Nieuwe Gracht 41 Utrecht J ( Organisator; I.T. van Eelen – Den Haag (

No. 48-3tJRG..I GRASMAAND (April) 1944

RONDOM DE DORPSSCHOOL (IV)

Het is ons er niet om begonnen om Uxkiill’s Umwelttheorie in details uit te werken. Wie er zich voor interesseert verwijzen we naar zijn „Streifzüge durch die Umwelten von Tier und Mensch”. (’t Is maar een klein boekje!) alsmede naar een artikel van Dr. Karl Kreitmeir, München, in het reeds genoemde „Intern Zeitschr. für Erziehung”, X. Jahrg.

Met het oog cp de school en de schoolopvoeding, hier zijn aldus Kreitmair twee extreme mogelijkheden denkbaar. De school kan zich voordoen als inrichting van ontzielde beschaving, die systematisch, volgens strenge en starre wetten, de Umwelt van het kind bewerkt omj die te vormen volgens een schema, dat voor het kind vreemd en onverstaanbaar is. In dit geval wordt zij meestal vertegenwoordigd door een onderwijzer-ambtenaar, die in hoogst correcte taal spreekt, een streng ambtsgezicht en idem houding tentoonstelt en autoratieve strafmacht uitoefent. Reeds uiteriyk dragen sommige scholen dit stempel van ziellooze civilisatie: ze gelijken meer op een fabriek, een kazerne, een regeeringsgebouw, dan op een woning. Hationeele rechtlijnigheid en rechthoekigheid plus kille doelmatigheid beheerschen alles; de banken vertocmen in huri plaatsing een sterk parallelisme enz. Aan dezen uiterlijken indruk beantwoordt het innerlijk bedryf: de leerling wordt behandeld als een passief wezen, dat op bepaalde uren bepaalde stoffen plichtmatig in zich op heeft te nemen.

In zin van UxkülTs Umwelttheorie heeft zulk een school, die het ideaal van de machine-vergodende en vertechniseerde 19e eeuw benadert, slechts negatieve beteekenis: met alleen is zy ongeschikt om de Umwelt van het kind verder te ontwikkelen en te verrijken ze moet ook den leerling vóórkomen als een volkomen onbegrypelyken inbreuk op zyn kinderlijk levensrecht en zal m het gunstigste geval gedwee gedragen worden, meestal echter innerlijken opstand en afweer kweeken. Het ge- is dan een verbitterde en eindelooze kamp van den tegen de luiheid, domheid en ongemanierdheid van zyn leerlingen.

De onhoudbaarheid van een dergelyke „leerschool” werd reeds door de ontwikkelingspsychologie en de daarop stoelende hervormingspaedagogiek herhaaldelijk en af doende aangetoond; in UxkülTs theorie vindt die afwyzing een nieuwe bevestiging. Want niet als een leeg vat komt het kind op school, doch els drager van een wel begrensde, maar binnen die grenzen ryk ontwikkelde Umwelt. Alle werkelijk vooruitbrengen, alle waarachtige vorming van den leerling kan slechts plaats vinden van deze Umwelt uit. Wat in den leerling niet tot werk of werkteeken te maken is, glijdt langs hem af. Misschien wordt het mechanisch opgenomen, geheugenmatig vastgeprikt, maar het blijft zonder uitwerking op den innerlyken mensch, het komt om zoo te zeggen niet in vleesch en blced. Het is dan ook vanouds het streven van den echten onderwijzer en opvoeder geweest, de leerlingen te „verstaan , hun Umwelt te leeren kennen en daarin de punten te ontdekken, waar nieuwe merk- en werkteekens kunnen gevormd worden.

Het verst gevorderd op dezen goeden weg is wel de groote Duitsche paedagoog Berthold Otto-. In zijn eigen

instituut, de Holbeinschool iby Berlijn, heeft hy ons laM zien hoe het mogeiyk is, de schóól tot middelpunt «n| de kinderiyken Umwelt te maken, methoden zya geconstrueerd met de natuuriyke van het voor-schoolplichtige kind als richtsnoer, of/ÏS men, afgekeken van den natuurwetteiyken groei in ShU gezin en de spelgemeenschap. Het centrum vormt eenl Gesamtunterricht’, bestand in een dageiyksche gezamenlyke bespreking door de heele schoolgemeenschap van! alle vragen, die de ervaring en het werk van iederen dag' opwerpen. Tot de oplossing van die vragen dragen zooweli leerlingen als onderwyzers naar best vermogen zU'. Zoo Iromt telkens opnieuw een toenadering en versmelting tot! stand van de individueele Umwelten. Allerlei tot nu verborgen aspecten van bet leven der leerlingen leert de* onderwyzer kennen, waarvan hy dan by zyn onderwysi en opvoeding te hunnen bate profiteeren kan. Vfóór en' boven alles echter; hij komt zoo psychisch dichter bij de' kinderen te staan, verkrygt een haast kameraadschappe-; I lyke verhouding tot hen, waardoor het volmaakt over-' bodig wordt, een ambteiyk masker voor te doen en! uiterst correcte taal te spreken. En hoe beter de jeugd! zich door haar opvoeders begrepen en aangesproken voelt,! noe bereidwilliger ze is, hen te volgen op alle punten,! zoowel wat het onderwjjs als wat de karaktervorming! betreft. By een dergeiyke paedagogische verhouding ont-' staat nooit die verharding en verkorsting, en dat tekort' aan oorspronkeiykheid en spontaneïteit, dat de leerlingen; wan de oude, ambteiyke school kenmerken. De oorspron-i keiyke vormen en krachten groeien in dezelfde mate als ze' by den opvoeder erkenning en aanmoediging vinden. Zoo-' als by het Gesamtunterricht van Berthold Otto iedere leerling van zyn persooniyke Umwelt uit positie kiest en zelf tot de oplossing der aan de orde zynde vragen bydraagt zoo zal hy ook als hy een opstel maakt, zyn eigen gedachten tot uitdrukking brengen, by het teekenen eigen vormen geven, en in alles aan zyn persoonlijke ontwikkeling werken. Juist door die persoonUjke prestaties der individuen ontstaat een waardedragende, in zich gelede en dientengevolge veelvormige gemeenschap terwijl een nivelleerend leer-cnderwys slechts een trage eenvormige massa vermag voort te brengen Samenvattend; de omvorming van de school tot levenswereld van het kind is de paedagogische eisch, die uit Uxküll’s Umwelttheorie resulteert en die tevens de ""'tnnirhwlr van onzen tyd uitmaakt

Dat de dorpsschool in dezen een bevoorrechte positie heeft, is duidelijk, maar evenzeer, dat ze op geen stukken na aan dezen eisch beantwoordt, behoudens dan enkele gunstige uitzonderingen. Over het algemeen heeft het nivelleeringsproces van de laatste decennia (Dr. A. Kuyper sprak reeds van den vloek der uniformiteit des modernen levens!) ook op de dorpsschool sterk zijn invloed doen gelden. Ze is geheel komen te staan in de si 1i iilii

INHOUD: Rondom de dorpsschool (IV) Hulp voor begaafden Het verkeerde etiket Uit de school Recht en Wet Luchtvaartcursussen Uit de pers A.V.L.O.N. Advertentiën.