is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 3, 1944, no 49, 1943

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AVLON

ALGEMEEN VOORZIENINGSFONDS VOOR LEERAREN EN ONDERWIJZERS IN NEDERLAND

Algemeen Secretariaat: ’s-Gravenhage, Koningin Mariastraat 24 – Telefoon 722548 – Giro 452370

Opsteller: C. BROUWER Valeriusstraat 21boven Amsterdam-Zuid

Geschieden is-gek Ie ts

Wij leven in een hoogst ernstigen tijd. Maar het ieven is sterk, zoo nu en dan kan men nog

hartelijk lachen. Dat is goed. Gelukkig dat het zoo is. Daarom bieden wij u hieronder een staaltje van nonsens. Van den nonsens, die hier en daar in den vorm van geschiedenisboekjes wordt opgedischt. Hier komt de eerste bladzijde van zoo’n boekje, waaruit de leerlingen in 1944! van de R.K. Sint Theodorusschool te Amsterdam hun voorlichting krijgen over hun voorvaderen.

„Toen O.L. Heer in het joodsche land leefde, woonden er ook al menschen in ons vaderland. Zyi waren ongeveer 100 jaren voor de geboorte van Christus uit Duitschland gekomen. In het Noorden en Westen van ons land woonden de Friezen. In het Zuiden en Oosten leefden andere volksstammen. Het meest zyn de Batavieren bekend. Die woonden in Gelderland, tusschen Ryni en Maas. Al die volkeren waren Germanen.

Hun huizen waren nog niet groot. En ook niet mooi. Ze waren van hout en leem, gebouwd. Zy droegen kleederen van dierenvellen of heel grof linnen.

De mannen leefden voor hun plezier. Zdji deden haast niets anders dan jagen en visschen. Hun. grootste genoegen was het oorlogvoeren tegen andere volkeren.

Voor al het werk inoesten de vrouwen zorgen,. Zy waren den heelen dag bezig in of vóór het huis. Ook werkten zij op het land met de slaven.

De kinderen deden wat ziji wilden. Vader of moeder keken er weinig naar om. De jongens leerden de wapens gebruiken. Dit waren pijl en boog, bijl en lans. De meisjes hielpen moeder by het huiswerk.

Deze Germanen waren ongelukkige heidenen. Zij aanbaden de zon en de maan en vereerden vele góden. Hun voornaamste god was Wodan. Thor was de god van den oorlog. Van den goeden God in den Hemel hadden die menschen nooit gehoord.”

Het tweede hoofdstuk verhaalt over de komst der Romeinen: ~De Romeinen hebben veel in ’t land verbeterd. Vooreerst hebben christen-soldaten uit hun legers al aan heidensche Germanen de waarheden van ons H. Geloof verkondigd. Op een paar plaatsen verrezen kleine dorpjes rondom de legerkampen der soldaten. Een paar flinke wegen en dijken werden aangelegd. De eerste steenen huizen werden gebouwd. De kleeding werd heel wat beter. Onze voorouders leerden werken. Dit moesten zij ook wel doen, anders konden zü. de belasting niet betalen.”

Het boekske gaat verder. Over de Volksverhuizing zegt het bijvoorbeeld:

„Vele Romeinsche keizers leefden zeer slecht. Zij vervolgden de christenen wreed. De straf van OX. Heer bleef niet uit. Hiji maakte een einde aan het groote Rijk. Heele stukken er van werden in bezit genomen door woeste volkeren. Ook uit ons land werden de Romeinen verdreven. Omstreeks 400 was het bevolkt door Friezen, Franken en Saksen. Het duurde wei haast honderd jaar eer die lieden rustig naast elkaar woonden. Wat is er toen veel gevochten!”

Over de „Noormannen”: „Vele heidensche Germanen wilden zich niet aan keizer Karei onderwerpen. Zij verlieten het land en gingen naar ’t Noorden.

Nu stookten zij de Noormannen op om met hen rooftochten te ondernemen naar de landen van de Franken. Zoolang keizer Karei zelf leefde, durfden ziji het maar enkele keeren wagen. Maar toen hy dood was, durfden zij beter.”

Dit valt wel een beetje tegen van die vechtersbazen, dunkt u ook niet?

Maar om. verdere teleurstellingen in dit opzicht te voorkomen, verlaten wyi die ongelukkige heidenen en doen nog even een greep in de latere geschiedenis. Namelyk over het regeeringstijdperk van stadhouder Willem 111. Daarover schrijft de samensteller van het knusse werkje:

„In 1688 brak er weer een oorlog uit, die negen jaar duurde. Willem was Koning van Engeland geworden. Dat was de oorzaak van den strijd.”

Ja, ja, zoo leert men nog, in 1944, de kinderen geschiedenis. t (uit: „Storm”).

Uit de districten HET A.V.L.O.N. IN UTRECHT

Vrijdag 18-2-’44 kwam de districtsraad Utrecht in de openbare school aan den Weerdsingel W.Z. 20 te Utrecht te 4.30 n.m. byeen.

Tot zyoi groote spyt had collega Hordyk bericht van verhindering moeten zenden.

INHOUD: Geschiedenis-geklets Uit de districten Van het algemeen secretariaat De A.V.L.0.N.-bibliotheek Uit de pers.