is toegevoegd aan uw favorieten.

Opvoeding in volkschen geest; maandblad van het Opvoedersgilde, jrg 2, 1942, no 27, 1942

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beschaving en Kuituur

Er zullen weinig begrippen zijn, die in het dagelijksch leven zoo vaak verwisseld worden als juist beschaving en kuituur.

Zoowel de letterlijke als de figuurlijke beteekenis van het woord „beschaven” wijst op verbetering, ontwikkeling, veredeling m.a.w. op het ontstaan van een hoogere bestaanswaarde.

Deze bestaanswaarde veronderstelt evenwel steeds een bestaanskern, die voor ontwikkeling of veredeling vatbaar is. Is deze kern reeds edel, dan zal een hoogere bestaanswaarde alleen gevonden kunnen worden in de verwerking of ontwikkeling tot een hoogeren bestaansvorm. Dezen vorm noemen wij dan den beschavingsvorm.

Zoo zullen edele metalen als goud en zilver in hun verwerkten vorm een hoogere waarde voor ons krijgen, dan in hun ruwen vorm van goud- of zilvererts. Een ruwe diamant zegt ons niet veel. Geslepen daarentegen in velerlei facetten vertoont hij pas zijn schitterenden glans. Beschaving duidt dus aan den hoogsten vorm der innerlijke waarde. De innerlijke waarde moet echter edel zijn, wil van beschaving sprake zijn. Beschaving moet veredeling zijn. De uiterlijke beschavingsvorm alleen bepaalt nog geen beschavingspeil. Deze is onverbrekelijk verbonden met de innerlijke kernwaarde, waarop zij is opgebouwd.

Ook de beschaving van den mensch berust op innerlijke waarden. Veel wat er voor beschaving door wil gaan, is doorgaans geen beschaving, doch ui ter lijke schijn. Een goede spraak of uiterlijke manieren bedekken vaak een minder goede kern. Verguld op zilver is steeds bedrog. Wat zilver is moet zilver blijven. Ook zilver is goed, maar goud op zilver verlaagt de waarde van het goud en maakt het zilver niet beter. Dan is de ruwe diamant ons meer waard, dan de door het menschelijk vernuft bedrieglijk nagemaakte edelsteen. van den mensch is dikwijls uiterlijke schijn. De ruwe boer, de stoere zeeman toonen vaak meer zielenadel, dan menig diplomaat in deftig zwarten rok.

De hoogste adel van den mensch ligt in het mensch-zijn zelf. Zoo zien wij ook kuituur. Kuituur is goud, maar goud in den allerschoonsten vorm van beschaving. Kuituur is kunst en wetenschap, maar dan als edelste bescha-

vingsvorm van den mensch. Kuituur is menschelijk leven. Zij is geen uiting van geraffineerd verstand, doch vindt haar bronnen in de ziel, in hooger geestelijk leven. Kuituur is alles, wat een volk aan zuiver zieleleven, aan geestkracht weet te ontplooien. Kuituur is daarom volksch. Zij ligt verankerd in het ras, in bloed en bodem, in volksgeloof en volksaard. Zij is beschavingsvorm van den geest.

Kuituur is nationaal. Zij is de uiting van een volk. Kuituur is nimmer individueel gelijk beschaving. De laatste kent geen grenzen en ook geen onderscheid der volken. Beschaving is daarom internationaal. Kuituur wordt door een volk opgebouwd. Kuituur is er; zoolang er volken zijn. Een volk, dat geen kuituur meer heeft of geen kultuurdrang meer bezit, zal onherroepelijk sterven. Zoo stierf het oude Rome, omdat de ziel verdorven was, omdat het niet meer bad en laster, genotzucht en gemis aan weerstandsvermogen het hadden ondermijnd, omdat het volk niet zelf meer ten strijde trok, doch meende met betaalde krachten een volk en staat te kunnen zijn. In dagen, dat het volksbewustzijn gaat verdwijnen verdwijnt ook zeker de kuituur. Deze is alleen terug te winnen, indien dit volksbewustzijn weer ontwaakt. „Kuituren wachsen, wenn die Völker erstarken” (Hans Schemm). Groot waren daarom die tijden, waarin het volk en niet het individu in het middelpunt van het leven stond. Niet het individu is het, dat de natuurkrachten overwint, dat het economisch leven organiseert, godsdiensten in stand houdt of kuituur opbouwt. Dat kan alleen het gansche volk.

Richard Wagner zeide eens; „O, einziges, herrliches Volk. Das hast Du gedichtet und Du selbst bist dieser Wieland. Schmiede Deine Flügel und schwinge Dich auf!” Al te goed wist Wagner, dat hij zijn groote scheppingskracht het Duitsche volk te danken had. Daardoor wordt de scheppende mensch, de kunstenaar niet kleiner, doch grooter, omdat hij zijn scheppingskracht niet ziet als individueele kracht, doch als een gave van zijn volk, waarvan hij zelf de tolk mag zijn.

Het zal nu duidelijk zijn, dat beschaving en kuituur geen synoniemen zijn. Kuituur is doel, beschaving middel tot het doel. Wel komt het in het leven dikwijls voor, dat

middel en doel verwisseld worden. Wie aan beschaving doet, bezit daarmee nog geen kuituur. Beschaving en kuituur verhouden zich -als dier tot mensch, als stof tot geest. Men kan het dier veel leeren; het dier wordt echter nimmer mensch. Men kan ook stof vergeestelijken; doch stof blijft stof en wordt nooit geest.

Alexander von Senger zegt hierover in zijn werk r „Die Brandfackel Moskaus” o.m. het volgende: „Zivilisation ist die gesteigerte, potenzierte Erscheinungsform der tierischen Funktion, die Zweckmafiigkeitserscheinung des Tierischen im Menschen. Kultur dagegen ist das rein Menschliche an sich.”

Inderdaad vertoont de mensch biologisch veel overeenkomst met het dier. Willen wij weten, wat wij onder het „rein Menschliche” hebben te verstaan, zoo zouden wij het dierlijke in den mensch moeten abstraheeren. Het menschelijke zal dan overblijven. Volgens v. Senger is de intellectueele begaafdheid van den mensch niets meer dan het gepotentieerde instinkt of verstand van het dier. Hiermede is het verstandige, doelmatige in het dierenleven niet veroordeeld. Integendeel. Dieren zijn dikwijls tot phenomenale prestaties in staat. Denken wij slechts aan de wonderlijke constructie van een honingraat, een spinneweb of aan de verbazingwekkende wetmatigheid in de organisatie en samenwerking van ons klein mierenvolkje. Achter al deze verschijningen staat steeds het begrip der doelmatigheid, van schade en nut en strijd om het bestaan.

Ook de beschavingswerken van den mensch berusten op dezelfde begrippen. Zoo schiep de mensch voor het vervoer te land, ter zee en in de lucht, voor radio en telefoon de meest vernuftige ontwerpen. De mensch schiep hier geweldig groot, wat dieren slechts embryonaal prestoeren. Doch hier ligt nu het onder;heid met de werken der kuituur. Kuituur kent geen doelmatigheid, geen schade, geen strijd om het bestaan. Kuituur is geen produkt van zuiver intellect. Kuituur, dat is het leven zelf. Beschaving schenkt ons slechts een middel tot het leven. Het mensch-zijn,. de kuituur volgt eerst na de beschaving.

Waar vangt dit mensch-zijn aan? Waar wordt kuituur geboren?

Wanneer wij in gedachten terug gaan naar den tijd der oud-germaansche volken, toen bijl en speer en dolk nog het voornaamste handtuig waren, dan zien wij slechts de eerste vormen der beschaving: de strijd om het bestaan.

Toch zullen er onder al die men-