is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 2, 1943, no 1-12, 1943 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2DE JR(

Nr. 11 %

VOORLICHTINGSORGAAN

VAN HET, RIJKSARBEIDSBUREL\Ü EN DE RIJKSDIENST VOOR-DE WERKVF.RRTHMTN

BIJLAGE VAN – ARBEIDSBESTEL^

Verschijnt maandelijks

UIT HET LAND VAN TWENTHE

De heer B. H. Wigman, plaatsvervangend directeur van het G. A. B. te Enschede besluit met dit artikel zijn boeiend overzicht van het ambtsgebied van dit G. A. B. Ma den landbouw zijn thans de textiel- en de metaalindustrie aan de orde. Een overzichtskaart van het gewest werd in het vorig nummer afgedrukt.

Na het Napoleontische tijdvak maakte de Twentsche textielindustrie moeilijke jaren door, daar het in de bedoeling van Willem I lag, Noord-Nederland in agrarische richting te ontwikkelen en België op industrieele leest te schoeien. Voor de export naar Java kocht de Ned. Handelmaatschappij alleen de betere Belgische producten. Bovendien was concurrentie door beschermende rechten onmogelijk. Pas na den Belgischen opstand in 1830 werden de vooruitzichten beter.

De toenmalige Secretaris der Ned. Handelmij., Willem de Clercq, bereisde Twente met het doel, door bespreking met de ~fabriqueurs” een voldoende aanbod textielgoederen voor de Indische markt beschikbaar te krijgen.

Bij een dezer gelegenheden kreeg hij contact met den Engelschen expert Thomas Ainsworth, die bij menig fabrikant als adviseur optrad.

De combinatie van den econoom de Clercq met den technicus Ainsworth bleek zeer gelukkig; ze leidde tot de oprichting van een weefschool te Goor, waar verschillende boerenjon-

gens vaardigheid met de weefspoel verwierven. De basis van de industrie was hiermede gelegd, zoodat na de invoering der stoommachines de formidabele ontwikkeling tot grootbedrijven een solied uitgangspunt had. In 1852 werd te Nijverdal de eerste stoomweverij opgericht, vermoedelijk omdat men daar per schuit katoen, garens en steenkolen gemakkelijk kon aanvoeren en op de terugreis de geweven producten kon transporteeren. Spoedig daarna volgde de eerste stoomweverij in Enschede, weldra gevolgd door meerdere, toen de spoorwegfverbinding tot stand kwam. Speciaal de lijn naar Dortmund in 1875 bleek van groot gerief voor den aanvoer van Ruhrkolen.

Sindsdien is de katoenindustrie in Twente het voornaamste bestaansmiddel geworden. Ze is dusdanig met het gewest verweven, dat wij haar invloed in de meest afgelegen streken bespeuren. Zij geeft de signatuur aan het geheele gewest.

Het afzetgebied in Ned. Oost-Indië is steeds het voornaamste gebleven. Door de crisis van 1928, die Indië, het land der wereldgrondstoffen, fel aantastte, ontstonden als terugslag omstreeks 1930 zware moeilijkheden in Twente, die tevens ongunstig beïnvloed werden door de opkomende Japansche concurrentie. Men wist echter door loonsverlaging, rationalisatie, omschakeling der productie en andere aanpassingen stand te houden.

De contingenteering van 1934 en de vermindering der onderlinge concurrentie door toetreding tot de Textielconyentie effenden mede den doornigen crisisweg —■ althans voor de werkgevers. Met de liquidatie van een paar bontweverijen en de inkrimping der witweverij kwamen ze er af en sinds 1937 tot den oorlog van 1940 ging alles weer crescendo.