is toegevoegd aan je favorieten.

Arbeidsbestel; orgaan van het Rijksarbeidsbureau, den Rijksdienst voor de Werkverruiming en den Nederlandschen Werkloosheidsraad, jrg 2, 1943, no 1-12, 1943 [Bijlage]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoowel in sociaal-economisch opzicht als op het werkterrein, dat meer bepaaldelijk aan de arbeidsbemiddeling is toegewezen, verdienen in het licht te worden gesteld. De behandeling daarvan blijft aan een later artikel voorbehouden.

FEESTAVOND In de Rijksevacuatiekampen Ruinen en Echten

Wij dat zijn de kommandant der kampen in Drenthe, de heer Diemers, de zuster mej. De Vries, de kleuteronderwijzeres Mej. Seijdel en ik – waren van meening, dat we een echt huiselijk feest aan de evacué’s moesten aanbieden.

Er is in het jaar, dat de menschen nu bij ons zijn, al heel wat gedaan om het evacuatieleed voor h„n te verzachten.

Een groote aanwinst is ook de kleuterschool in de cantine. Werkelijk een aardig schooltje, dat niemand zou zoeken in zoo’n eenzaam op de heide gelegen kamp. Een kamp, dat een klein uur loopen van de bewoonde wereld af ligt. We kregen zoo ieder ons werk aan het feest.

De heer Diemers zorgde voor het duimkruid, de beheerder voor de organisatie, de zuster voor het inkoopen der cadeaux en het versieringspapier, de kleuteronderwijzeres voor het instudeeren van liedjes en spelletjes voor de kinderen.

Enkele bewoonsters maakten papieren bloemen en slingers en papieren rokjes voor de kleine artistjes.

Een der bewoonsters ontpopte zich als een waar kunstenares in het ontwerpen en maken van popjes en diertjes van restjes goed en stof.

Zoo waren wij dan al eenige maanden tevoren bezig om het feest te doen slagen. Op een Zaterdagmiddag om

4 uur zou de pret beginnen. Het was koud, doch de kinderen, die achter een loods opgesteld waren, zongen zich waim. Daar werd het sein gegeven voor den afmarsch en . . . als een sprookje zat de goede Sint op een stevig paard met als décor het mooie groen van het dennenbosch.

De kinderschare ging hem jubelend tegemoet en als Zwarte Piet er niet bij geweest was, dan hadden ze hem zeker van zijn paard gehaald.

Met St. Nicolaas voorop gingen wij de kinderen van kamp Ruinen halen. Halverweg kwamen ze ons tegemoet. Het gezang was niet van de lucht.

De eenzame weg, waarop anders om het uur een fietser of voetganger rijdt of loopt, leek nu wel de Kalverstraat.

Een zestig kinderen plus een veertig vaders en moeders . . . een stoet van een honderd menschen volgde nu Sint Nicolaas en Zwarten Piet.

Nadat zij weer in het kamp waren aangekomen werden de deuren van de cantine geopend; de kinderen en grooteren stroomden binnen. Toen allen gezeten waren, kwam het plechtige 00- genblik dat de hooge gast door den beheerder werd binnensreleid.

Als één man stond de menigte op en luid klonk „dag Sint Nicolaas, dag Zwarte Piet”. Het was een jubelende massa. De Sint en Zwarte Piet werden naar een ~heuselijk” versierd podium geleid en mochten zitten in een gemakkelijken fauteuil. De kinderen zongen hem toen een welkomstlied toe van vier coupletten. Daarna verwelkomde de beheerder den Sint; hij toonde zijn verbazing dat de hooge gast op deze stille heideplek was gearriveerd en deelde hem mede, dat de snuitjes van alle kinderen nu op ~zoet” en ~mooi weer” stonden, doch dat hij vertrouw-

de, dat Sint Nicolaas wel door den schijn zou kunnen heenzien en de kleine gebreken ontdekken.

Dat was hem wel toevertrouwd !

Een stuk of acht meisjes voerden een spel op van Doornroosje en hadden gekleurde rokjes aan. Daarna zongen ze een mooi Sinterklaaslied.

Toen kwam ons beroemde kleuterklasje aan de beurt. Het was lief, heel lief zooals deze kleinen van vier tot zes jaar zongen, dansten en speelden. Toen was er wel wat verdiend en werden er voor iedereen vier a vijf sinterklaaskoekjes, borstplaatjes en een kop chocolademelk rondgediend.

Daarna begon de pret weer met een rondedans voor Sint Nicolaas door meisjes. Toen dat afgeloopen was, deden een stuk of vijf grootere jongens voordrachten, ieder op zich zelf.

Het was leuk, zoo ordelijk gedroegen de kinderen zich; zij waren erg in hun voordeel veranderd . . . niet te vergelijken bij een jaar geleden.

Daarna moest er weer een kop melk gedronken worden en allen kregen weer borstplaatjes, een taaitaai-pop van 15 centimeter lang en twee appels.

En toen moest ieder kind bij Sint Nicolaas komen om een cadeau in ontvangst te nemen.

Het waren: boeken, legplaten, bouwplaten, kwartetspelen, borduurdoozen, popjes, diertjes, spaarpotjes, bootjes, molentjes, leien, teekenboeken, kleurkrijt enz. Op ieder cadeau was een klein versje geplakt, dat de goede Sint oplas en waaruit hij ontdekte of ’t kind ook neigingen had om meer stout dan zoet te zijn.

Zwarte Piet vulde de gaatjes in het program aan door de menschen in de zaal soms te laten bulderen van ’t lachen. J. C. G. Kornman, beheerder kamp Echten.