is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedurende den stilstand van zijn machine werk te kunnen krijgen. De Umpire ging echter mee met de opinie van het Scheidsgerecht, en beshste dat de arbeider feitelijk zijn ontslag niet genomen maar gekregen had, omdat hij weigerde ander werk te verrichten, onder ongunstiger voorwaarden dan hij gewend was te werken. Hij had de keus tusschen aannemen of ontslagen worden en men kon dus niet zeggen dat hij vrijwillig zijn werk verbet. (607).

Wijziging in het loonsysteem leverde volgens den Umpire op zichzelf geen gegronde reden op om het werk te verlaten. Hij eischte dat men eerst een eerlijke proef nam met het nieuwe systeem, voor men het werk neerlegde en kende, waar dit niet gebeurd was, geen uitkeering toe. (702, 737, 900).

Moeilijher werk, gelijk loon. In sommige gevallen achtte de Umpire het een gegronde reden wanneer iemand ontslag nam omdat hij aan moeilijker, en als regel beter betaald werk werd gezet zonder daarvoor hooger loon te ontvangen. (540).

Standaardloon. Typeerend is nog de volgende beslissing in een geval, gelijksoortig aan een in het eerste deel behandeld, waarvan de bijzonderheden voldoende duidelijk blijken uit de uitspraak van den Scheidsrechter, welke aldus luidde: ~Men meene niet dat het feit alleen dat een arbeider minder verdient dan het standaardloon altijd een gegronde reden oplevert om het werk te verlaten. Deze arbeider echter kreeg, nadat hij een leertijd van 5 jaar had doorgemaakt en ontegenzeggelijk een goed werkman was, na 16 maanden f 2.40 minder dan het standaardloon. Met het oog op zijn voorafgaande ervaring was hij naar mijn meening thans gerechtigd een redelijke verhooging te vragen, en bij weigering zijn fortuin bij andere werkgevers te gaan beproeven, eer men van hem verwachten mocht dat hij met een minder loon genoegen zou nemen. (725).

In het geval van iemand wien het nieuwe standaardloon onthouden werd omdat hij het, wegens zijn gevorderden leeftijd, volgens zijn werkgever niet meer waard was, besliste de Umpire dat deze arbeider hierin geen gegronde reden had om ontslag te nemen, terwijl hij nog blijven kon tegen het oude loon. (783, 683).

Geen overeenkomst omtrent ’t loon. De Umpire beshste dat iemand die werk aanvaard had zonder afspraak te maken over ’t loon, gegronde reden had dit te verlaten, toen hij bemerkte dat hij minder kreeg dan ’t standaardloon, dat hij vroeger ook altijd verdiend had (566). Een ander die in ’t zelfde geval verkeerde, en wien zijn werkgever het verschil tusschen ’t door hem verdiende en ’t standaardloon aanvulde, nam daarop toch ontslag, omdat hij zich beleedigd gevoelde dat hij een lager