is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn dan de vraag. Daar was de mindere trek naar Duitschland, vooral van jongere krachten, die vroeger vaak als melkknecht naar Duitschland gingen.

Dan is er de veranderde bouw, bijv. de inkrimping van den vlasteelt, waardoor niet alleen veel zomerarbeid verloren gaat, daar het vlas met de hand getrokken moet worden, doch waardoor ook veel winterwerk weg is, vooral in het Noorden van Friesland waar het vlas meestal grootendeels door de landarbeiders wordt bewerkt en ook in het Noorden van Groningen, waar het vlasrepelen velen een stuk brood verschaft in den winter.

Dan hebben we het tewerk stellen der geïnterneerden. Deze nemen veel werk weg. Zij worden, wijl hun loonen meestal lager zijn dan die der inwonenden, door de boeren voorgetrokken. Hierdoor ontstaat op sommige plaatsen in Noord-Holland en Groningen werkloosheid.

Door het stilstaan van vele industriëele en dergelijke bedrijven keeren menschen, die op het land zijn geboren, maar voor den oorlog naar de stad gelokt zijn, door de hoogere loonen en betere arbeidsvoorwaarden welke hun oude handwerk thans aanbiedt, daarheen terug. Ook zij maken het aanbod grooter.

Wij zien dan ook dat de statistiek van den Ned. Bond van arbeiders in het Land- Tuinbouw- en Zuivelbedrijf aangeeft voor ;

1917

Mei 18 werkloozen met 51 weken.

Juni 10 „ ~ 22 ~

Juli 54 „ „ 67 „

1918.

Mei 102 werkloozen met 357 weken.

Juni 131 ~ ~ 367 „

Juli 200 „ „ 589 „

Dit reeds zijn sprekende cijfers. Voeg daarbij dat in het drukst van den tijd der zicht-campagne er menschen werkloos rondliepen, wat voorheen zoo goed als nooit is voorgekomen, dan kan men veel courantengeschrijf, dat menschen wil bewegen naar het land te gaan, niet begrijpen.

Voor een terugkeeren naar het platte land is uit een ander gezichtspunt heel wat te zeggen. Vooral op het oogenhlik. Het zou de criminaliteit doen verminderen, het zou de voedselvoorziening vergemakkelijken. Maar dan moet er werk zijn op het platteland. Indien dit er niet is dan kan er, veel gemakkelijker dan in de steden, nu veel productief werk gemaakt worden. Werk niet alleen voor de werklooze landarbeiders, maar ook voor de Belgen en de vele honderden stadsmenschen, die nu werkloos rondloopen.

Ik wijs op het scheuren der graslanden, hetwelk met de schop beter kan gedaan worden dan met de ploeg. Tevens wordt door deze wijze van bewerken paardenarheid en kracht-