is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 1, 1918, 1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geslaagd de inkomsten slechts met een / 1100.— te overschrijden wat op een totaaluitgave van / 11000 niet heel veel mag heeten in de tegenwoordige omstandigheden.

Nieuwe Duitsohe uitgaven inzake arbeidsbemiddeling.

Als Ko. 13 der „Schriften des Verbandes Deutscher Arbeitsnachweise” is het vereenigingsverslag, loopende over het tijdvak 1912-13—1914-15, verschenen en daarin is bijzondere aandacht gewijd aan de Duitsche arbeidsmarkt en de Duitsche openbare arbeidsbeurzen in het eerste oorlogsjaar. Hoewel de uitgave door allerlei omstandigheden vertraagd een reeds weer wat oud materiaal brengt, levert de grondige verwerking der gegevens toch een schat van wetenswaardige op.

Ten einde een juisten maatstaf van beooi’deeling voor den invloed van den oorlog op de openbare arbeidsbemiddeling in Duitschland aan te leggen, was het noodig van den stand van het bemiddelingsvraagstuk van vóór den oorlog uit te gaan. Door de 493 openbare arbeidsbeurzen werden in 1913 rond 1.614.000 open plaatsen bezet (in 1912 rond 1.596.000). De zeer geringe toename in 1913 ten opzichte van 1912 wordt toegeschreven aan de economische crisis in 1913. Van de in dat jaar bezette plaatsen betroffen er rond 1.092.000 mannen en 522.000 vrouwen (terwijl die cijfers in 1912 resp. waren 1.116.000 en 480.000). Van deze 522.000 vrouwenplaatsingen betroffen er bijna 219.000 schoonmaaksters en waschvrouwen, ruim 114.000 dienstboden en ander huispersoneel en ruim 94.000 arbeidsters in het hotel-, café- en restaurantbedrijf. De verhouding is in 1913 ten gunste der vrouwenbemiddeling gewijzigd dank zij het feit dat de crisis tot een vermindering van mannenbemiddeling leidde. In het leveren van het aandeel in het totaal aantal bemiddelingen staat bovenaan Berlijn (Zentralverein) met in ronde cijfers even minder dan 133.000 plaatsingen in 1913 (tegen 166.000 plaatsingen in 1912). Dan volgen Miinchen en Stuttgart met resp. 73.000 (86.000 in 1912) en 74.000 (88.000 in 1912) en Cöln en Erankfurt a. M. met resp. 58.000 (57.500 in 1912) en 51.500 (57.500 in 1912) plaatsingen. De bemiddeling buiten de eigen plaats was zeer verschillend voor de onderscheidene beurzen. In totaal werden in 1913 280.303 plaatsingen naar buiten bewerkstelligd tegen 242.885 in 1912 en b.v. 146.328 in 1909. Bovenaan in deze intercommunale bemiddeling staan de beurzen te Dortmund, Düsseldorf, Erankfurt a. M., Kiel en Stuttgart met elk meer dan 8000 buitenplaatsingen.

Tegenover deze openbare bemiddeling die niet alleen in gemeentelijke maar ook in andere „gemeinnützige” arbeidsbeurzen geschiedt (in 1912 kwamen van de totale 1.595.946