is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 2, 1919, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

No. 18089, A.Z., waarby bezwaar gemaakt werd tegen bet verstrekken van uitkeering nit de werkloozenkas van dien bond aan zijn leden, welke garantieloon genieten;

Geboord de Commissie bedoeld in art. 25 van bet Werkloosbeidsbesluit 1917;

Gelet op art. 11 van bet Werkloosbeidsbeslnit 19l7;

Overwegende, dat door den directeur voornoemd is aangevoerd dat zij, die garantieloon genieten niet werkloos zgn, zooals dit volgens de bepalingen van bet Werkloosheidsbesluit 1917 cn de reglementen voor werkloozenkassen moet worden opgevat;

Overwegende, dat door het garantieloon de band die den werkgever en den werknemer verbindt blijft voortbestaan, omdat de werknemer de verplichting op zich neemt tegen een bepaald loon per week arbeid te verrichten in dienst van den werkgever, zoodra deze hem arbeid kan verschaffen;

Overwegende, dat derhalve' de dienstbetrekking niet heeft opgehouden te bestaan en de werknemers juist krachtens deze voortdurende dienstbetrekking het garantieloon ontvangen;

Overwegende, dat bedoelde werknemers daarom ook in het algemeen alleen bij den werkgever, die hun garantieloon betaalt, arbeid kunnen aanvaarden, zoodat hun andere passende arbeid in het algemeen niet kan worden aangewezen;

Overwegende, dat uit de reglementen der werkloozenkassen voortvloeit, dat werklooze leden allen aangeboden arbeid, welke passend is, moeten aanvaarden, docb dat zy die garantieloon genieten verplicht lyn te arbeiden in dienst van een bepaalden werkgever, bg wien zij dus in dienstbetrekking blijven staan, zoodat deze arbeiders niet als werkloos kunnen worden beschouwd;

Overwegende, dat hieraan niet afdoet, dat art. 26, laatste alinea, van bet reglement voor de werkloozenkas van den Alg. Ned. Bond van Textielarbeiders „de Eendracht”, evenals bijna alle andere reglementen voor werkloozenkassen, de volgende bepaling bevat: „Indien in geval van werkloosheid loon of vergoeding wordt uitgekeerd, wordt alleen dan uitkeering uit de werkloozenkas verstrekt indien dit loon of die vergoeding minder bedraagt dan 70% der gemiddelde dagelijkscbe verdienste, met dien verstande echter, dat de uitkeering, vermeerderd met bet loon of de vergoeding bet maximum bedrag van 70% der gemiddelde dagelijkscbe verdienste niet mag overschrijden”, omdat hoewel die bepaling de mogelykbeid van werkloosheid erkent, ook al wordt loon of vergoeding gegeven (byv. wanneer een werkgever nog enkele weken doorgaat, hoewel onverplicht, een zeker percentage van bet loon door te betalen), daaruit toch niet de gevolgtrekking mag worden afgeleid, dat nu ook zij die garantieloon genieten niettemin werkloos zijn;

Heeft goedgevonden:

I°. te Terklaren, dat te reclit door den directeur ran den