is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ring in dit bedrijf beeft al heel wat burgers van onzen goeden Nederlaiidschen Staat slapelooze nachten bezorgd. Zoo langzamerhand is het een axioma geworden dat deze zich noemende transportarbeiders immer met Argnsblikken op den loer liggen om toch maar wanneer zij even de kans schoon zien de hand te leggen op nitkeering nit de werkloozenkas, zulks wel te verstaan, terwijl zij middelerwijl grof geld verdienen.

Wij moeten in gemoede bekennen dat wij de onrust van deze brave burgers voorshands nog niet geheel en al vermogen te deelen. Feiten en cijfers zijn nog te schaars voorhanden dan dat het mogelijk zon zijn reeds nu tot het trekken van conclusies over te gaan.

Ook „de Telegraaf’, (24-l-’2O) die zich gelijk het blad zelf opmerkt, „reeds bij herhaling niet zeer gerust heeft betoond omtrent de gevolgen van de wettelijke regeling betreffende de W. V.”, daarin op den voet gevolgd door het Handelsblad (27-l-’2O) meent dat er misbruiken zijn. Weliswaar niet alleen, maar dan toch in hoofdzaak ten aanzien van het transportbedrijf. Ontdaan van alle franje en voorbijgaande aan enkele onjuiste mededeelingen, komt het bewuste artikel hierop neer dat het controleeren der werkloozen door de Haven Arbeidsreserve te Amsterdam (want alleen over deze gemeente gaat het) niet altijd gegaan is zoo als wel wenschelijk ware. Zoo zou het wel zijn voorgekomen, dat wanneer op een bepaald uur bij de afstempeling van werkloozenkaarten nog voldoende personen geplaatst konden worden in de Haven (plaatsing en stempeling is hier in handen van één bureau) toch aan de werkloozen, die dus het aangeboden werk niet aanvaardden, een werkloozenstempel zou zijn verstrekt. Schijnbaar een ernstige beschuldiging. Men vergete echter niet dat de redenen daarvoor verschillend geweest kunnen zijn. Immers niet alleen de onvervalschte havenarbeiders melden zich aan de Haven-arbeidsreserve, doch ook anderen van wie men dikwijls om allerlei redenen (b.v. zekerheid van duurzamer arbeid binnen enkele uren) niet verlangen mag dat zij het werk in de Haven ten allen tijde aanvaarden. Zijn er geen gegronde redenen die aannemen van het werk verhinderen, dan mag er natuurlijk geen pardon zijn; wij zijn overtuigd dat de organisaties dat met ons eens zijn en trachten alle misbruiken zoo goed mogelijk den kop in te drukken. En de voorloopige gegevens, ons ten dienste staande, zeggen ons dat dit met succes gebeurt.

y OO Nog een opmerking van principieelen aai'd treft ons in net genoemde Telegraafartikel, n.l. dat toezicht op de werkloosheid der nitkeering-trekkenden individueel nagenoeg niet wordt uitgeoefend. De schrijver is er blijkbaar voor dat dit wel gebeuren zal. Indien hij met die individueele contróle bedoelt: het volgen van den werklooze, het uithooren van diens huisgenooten en buren e.d. dan moeten wij verklaren zijn zienswijze