is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot dusverre gevestigd was, was niet berekend op deze voortdurende toeneming van de werkzaamheden aan arbeidsbemiddeling en werkloosheidsverzekering verbonden. Daarom werd door de gemeente bet perceel Markt No. 9 bestemd om daarin de instelling onder te brengen.

Het gebouw is uitnemend gelegen voor bet beoogde doel in bet centrum der stad en ingedeeld als volgt. Binnentredend komt men in een wachtlokaal of vestibule, waar voor de wachtenden een bank is geplaatst. By nog meerder gebruik ligt bet in de bedoeling om voor wachtenden bier lectuur beschikbaar te stellen. Ter linkerzijde komt men voor twee loketten, waar werkzoekenden zich kunnen aanmelden. Aan bet eind van den gang is een vertrek, waar werkgevers hunne verlangens kunnen kenbaar maken. De kantoren der bemiddelaars zijn eenvoudig doch practiscb geinstalleerd. De rechterzijde van den bouw wordt ingenomen door een privé kantoor voor den Directeur aan de straatzijde gelegen. Daarachter is een vergaderzaal voor bet Bestuur en daaraan grenst een vertrek, bestemd voor archief.

De instelling van dezen nieuwen dienst mag een stap in de goede richting genoemd worden.

Voorzitter van het Bestuur der Arbeidsbeurs is de VTethouder van Sociale Aangelegenheden, de beer A. Th. van Bijen; directeur van den Dienst, de beer A. J. A. C. van Delft.

Werkverschaffing, Woningbouw, Openbare werken, enz.

Crisis in het Haringbedryf. Het heeft een oogenblik gespannen in dit bedrijf, en al zijn de donkere wolken nog niet geheel verdwenen, de lucht is wat opgeklaard. De Eeedersvereeniging had haar afdeelingen in overweging gegeven het personeel ontslag aan te zeggen, omdat het niet mogelijk scheen, op loonende wijze het bedrijf voort te zetten. Na conferenties met de Ministers van Landbouw en Arbeid is er wat meer vooruitzicht op een goede oplossing inzake den export en is het gegeven ontslag voorloopig opgeschort.

Met de schoenenindustrie blijft het slecht gaan, althans de mededeelingen, die hieromtrent aan de pers van werkgeverszijde worden gedaan, wekken den indruk alsof alleen een invoerverbod van buitenlandsch schoenwerk uitkomst kan geven en daar de Eegeering hiertoe niet over wil gaan, getuige o.a. haar antwoord aan Dr. Deckbes, die iets dergelijks had gevraagd voor de klompenindustrie, zal groote werkloosheid niet uitblijven. Moge de fabrikanten dan begrijpen dat het moreel niet verantwoord is de arbeiders zonder meer op straat te zetten, maar dat het, waar goede jaren zyn gekend, in alle opzichten aanbeveling verdient, door het sluiten van wachtgeldregelingen e.d. armoede te voorkomen.