is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 3, 1920, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De heer Moreen had in dit verband niet onvermeld mogen laten dat, dank zij de inspanning en den invloed dergenen, die de uitvoering der verzekering in handen hebben en de geneigdheid tot overleg van de onderscheidene organisaties in een vak, tot dusverre gewoonlijk eene bevredigende oplossing der moeilijkheden is bereikt, zoodat onderlinge concurrentie door middel der verzekering werd uitgeschakeld. Van schaden van het belang der verzekering of van het aanzien der organisaties mag hier o. i. niet gesproken worden.

Het stelsel van verzekering dat de heer MorrejST voordraagt is ons antipathiek.

Hij wil de werkloosheidsverzekering leggen in handen van de Raden van Arbeid. Een bijkomstig voordeel daarvan zou zijn dat men den grond wegneemt voor hen, die meenen, dat de opzet der Raden van Arbeid te duur werkt ! De vakvereenigingen, die hare leden tegen werkloosheid hebben verzekerd, zouden het beheer over hare werkloozenkassen kunnen behouden, mits in het kader der wettelijke regeling. De lasten der werkloosheidsverzekering moeten gedragen worden door het bedrijf. ~Men zou dus de premie kunnen doen betalen door den werkgever, met de bevoegdheid daarvan een deel te verhalen op de arbeiders, terwijl de staat de zorg voor de administratie op zich zou kunnen nemen”. De inning der premie zou op dezelfde wijze als de premie voor de invaliditeitsrente en gelijktijdig daarmede kunnen geschieden. ~De beslissing over het recht op uitkeering zou gelegd moeten worden in handen van den raad van arbeid, die door de hem ter beschikking staande gegevens, door zijne plaatselijke bekendheid en contact met werkgevers, bij uitstek in staat is om aan de hand van de wet te kunnen toetsen of recht op uitkeering aanwezig is. Zoo noodig zou hierbij kunnen worden gebruik gemaakt van de tusschenkomst der commissies of commissarissen bedoeld in art. 24 der Radenwet”.

Uitbetaling der uitkeeringen door de postkantoren zal niet gaan. Nu wij er aan toe zijn den verzekerden hun geld in handen te geven, bemerkt de heer Mobrek plotseling, dat de werkloosheidsverzekering toch iets anders is dan de invaliditeitsen ouderdomsverzekering. Och geen nood ! ~He uitbetaling zou daarom eveneens moeten geschieden door de raden van arbeid en om daarbij het bezwaar te ondervangen, dat er verbonden zou zijn aan de noodzakelijkheid van verplaatsing der arbeiders om het hun toekomende in ontvangst te nemen, zou hier gebruik gemaakt kunnen worden van de medewerking van de bovengenoemde commissies of commissarissen”.

Het bedrag der uitkeering zou behooren te worden bepaald op een voor alle verzekerden gelijk minimum-bedrag, terwijl overw'ogen zou kunnen worden in hoever rekening kan worden