is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheids-Raad, jrg 4, 1921, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opricbten, die op dezelfde grondslag gesubsidiëerd zullen worden als de verplichte.

De uitkeeringen zullen niet meer dan | van bet loon mogen bedragen. De primaire kassen zullen 60 dagen mogen uitkeeren in de bedrijven, waar geen seizoenwerkloosbeid beerscbt; is dit wel bet geval dan mag de uitkeering slechts 36 dagen duren. Het Nationale fonds kan deze periode verlengen met resp. 30 en 18 dagen. De wachttijd bedraagt bij gebeele werkloosheid 2 dagen of 16 uur; bij gedeeltelijke werkloosheid 8 uur per week of 16 uur per 14 dagen.

De primaire kassen zullen hun gelden ontrangen 10. van de verzekerden (8—14 centimes per frank uitkeering per dag); 20. van den staat 50 % van de bovengenoemde bijdragen en van provincie en gemeente ieder 20 % van de reglementaire uitkeering.

Het Nationaal fonds ontvangt van de werkgevers 50 % van de arbeidersbijdragen; van den Staat 50% van de werkgeversbijdragen; van de primaire kassen 5 % van de door hen geïnde bijdragen, van de (gemeentelijke) fondsen 10 % van de uitkeeringen door het fonds betaald en van de kassen nog 5 % van de uitkeeringen, door het nationaal fonds aan hun leden betaald.

Een speciaal kongres met dat doel door de syndikale Kommissie byeengeroepen —, heeft het wetsontwerp van de „Association pour la lutte contre Ie chómage” betreffende de verplichte verzekering tegen werkloosheid onderzocht.

De landarbeiders zijn in het ontwerp niet opgenomen. Hun vertegenwoordiger verzocht de verzekering verplicht te stellen, vooral voor de tuinbouwers.

De administrateurs van het Nationaal Krisisfonds, dat de syndikale werkloosheidskassen steunt in afwachting van de nieuwe wet —, hebben besloten de maatregelen ten opzichte van dergelijke kategorieën van arbeiders te verscherpen en hen uit te sluiten van het uitkeeringsrecht, in de gevallen, waar voldoende konti'ólemaatregelen onmogelijk zijn.

Dultschland.

Eenheid in de voobeichting bij Beeoepskeuze. Het Hijksbureau voor Arbeidszaken heeft op 12 en 13 April 1.1. een vergadering gehouden van vertegenwoordigers van alle Duitsche landelijke Bureaus voor Beroepskeuze ter bespreking van de voorlichting voor academische beroepen. Deze voorlichting zal nu geregeld worden bij ministerieel besluit. De voorlichting aan academici zal worden opgedragen aan de landelijke Bureaus, die aan candidaten voor de Universiteit aan de inrichtingen, welke aan de voorbereidende vakscholen daartoe zijn gevestigd.

Reeds lang werd de behoefte gevoeld het materiaal over beroepskunde te schiften en bijeen te brengen, teneinde een aan